vrijdag 30 december 2011

Hebberig


 
Theologische boeken per kilo in Ermelo, daartussen bracht ik de afgelopen twee dagen door.
Of, juister gezegd, tussen een aantal honderden alleraardigste mensen die die boeken kwamen kopen. Het viel bezoekers op wat een oase van rust deze boekenverkoop was. ‘Waar gekocht en verkocht wordt is het altijd een gekwek en geroezemoes; hier niet,’ zei iemand. En zo was het: in alle rust gingen de vingers en de ogen de uitgestalde banden langs om steeds weer net dat boek eruit te vissen waarnaar men wel, maar meestal niet, op zoek was.
            In de sociale media werd in alle openheid erkend dat men er hebberig van werd, boeken voor vijf euro per kilo of minder. Liefhebbers die er van schrokken hoe vaak er twitterberichten langskwamen van mensen die zouden gaan kijken: dat waren allemaal mogelijke concurrenten.
            In de auto heen en terug luisterde ik cassettebandjes (ze zijn er nog, auto’s met cassettespeler) waarop Our Mutual Friend van Dickens werd voorgelezen. Aan het eind van een jaar waarin het nieuws volledig en tot in het absurde werd overheerst door de zogeheten crisis is dat een roman die het lezen waard is. Bella Wilfer, opgenomen in het gezin van Boffin, die onverwacht een fortuin heeft geërfd, wenst haar weldoener maar één ding toe: dat hij het zo snel mogelijk weer kwijtraakt. Een van de hoofdstukken begint met een portret van een Man van de Wereld, die handelt in aandelen, en ‘zoals we allen weten, handel in aandelen is het belangrijkste wat we in deze wereld kunnen doen. Heb geen antecedenten, geen karakter, geen opvoeding, geen ideeën, geen manieren; heb aandelen. Heb genoeg aandelen om in Raden van Bestuur zitting te nemen, reis voor mysterieuze aangelegenheden heen en weer tussen Londen en Parijs, en wees een groot man. Waar komt hij vandaan? Aandelen. Waar gaat hij heen? Aandelen? Wat is zijn smaak? Aandelen. Heeft hij principes? Aandelen. Hoe krijgen we hem in het parlement? Aandelen. Misschien heeft hij zelf nimmer iets gepresteerd, nimmer iets bedacht, nimmer iets tot stand gebracht? Het afdoende antwoord: aandelen. O machtige Aandelen!’

Het eerste boek dat ik bij binnenkomst in Ermelo uit de rijen boeken plukte was: Onze wederzijdse vriend. Het is voorzover ik kon zien op de eerste dag ook al verkocht. Maar het is ook nieuw al bijna 150 jaar leverbaar.

Laten we dus op 2011 niet terugkijken als een crisisjaar. Het was een jaar van onze Heer. En als we van Hem een nieuw jaar krijgen, dan zal dat ook een jaar van Hem zijn. Bij Ann Voskamp vond ik een prachtig citaat van Luther, dat ook voor het nieuwe jaar geldt: ‘God schiep de wereld uit niets, dus als wij niets zijn, kan Hij ook van ons iets maken.’

dinsdag 20 december 2011

Stuntverkoop


Het is bijna weer zover: Ermelo! Wie er in een van de vorige edities bij was weet meteen wat ik bedoel: boeken per kilo, een hele bedrijfshal vol.

Het is al weer drie jaar geleden dat we het voor het eerst deden. En het werd een festijn. Die eerste keer was er soms een wachttijd van een uur. Wij genoten er stiekem een beetje van. Mensen die stapels zo hoog als zichzelf steeds een stukje vooruitschoven richting kassa. Iemand met een rollator die onder de boeken dreigde te bezwijken. Een ander die toch nog een keer naar de pinautomaat rende, om te kijken of er nog iets uitkwam.

De volgende keer hadden we er wel wat van geleerd. Er kwam een pinautomaat, en er kwamen meer kassa’s. Het feest was er niet minder om. 50.000 boeken, breed uitgestald. In alle rust erlangs schuifelende zoekers (een boekenkoper is geen onruststoker). En grote tevredenheid alom. Dat is toch het mooiste, als koper en verkoper na een transactie dik tevreden zijn.

De vorige Ermelo hadden we voor het eerst ook nieuwe boeken bij ons, partijen gloednieuwe boeken, gewoon per kilo te koop. Dat beviel iedereen goed. Daar zijn er nu dus nog meer van. Hoofdmoot is opnieuw theologie, van dikke studieboeken tot voor een breed publiek toegankelijke leesboeken. Recente boeken maar ook oude, van voor 1900 of zelfs nog ouder.

We doen er elke dag ook een handvol echte dure boeken bij, met een oorspronkelijke verkoopprijs van enkele honderden euro’s, zoals exemplaren van de grote De Ruyter-biografie van Gerard Brandt, en delen van Valentijns Oud en Nieuw Oost-Indien. Ook romans, o.a. van Tamera Alexander en licht beschadigde exemplaren van Corti’s Het rode paard, of boeken van Tim Keller.

En voor de geschiedenisliefhebber ook het restant van de grote partij boeken die we overnamen van het NIOD: gezaghebbende boeken over WO II.

Bekijk de details op de homepage van het antiquariaat van Wever Van Wijnen. En reserveer een van de drie dagen in uw agenda. Altijd nog lastig kiezen: de meeste keus voor de nog net iets hogere prijs op de eerste dag, of de allerdiepste bodemprijzen op de laatste dag, met de kans dat het mooiste weg is.

Misschien gewoon alledrie de dagen maar komen! Koffie hebben we genoeg.

maandag 19 december 2011

Nova Zembla


 
Ons personeelsreisje ging vorige week naar Nova Zembla.
Dat zou nou best eens mooi zijn, om daadwerkelijk op Nova Zembla te kijken. (Poolexperts Thika Travel laten zich op hun website niet uit over de prijs van de reis, maar leveren wel mooie foto’s.)
Wij maakten er voorlopig eerst een Nederlands dagje van. Eerst het Rijksmuseum, waar conservator Ab Hoving, hoofdrestaurator scheepsmodellen bij de Marinemodellenkamer van het Rijks, ons meenam naar ruim 400 jaar geleden. Hij heeft met teruggevonden eigendommen van de overwinteraars in handen gestaan. Het museum heeft er een kleine tentoonstelling aan gewijd.
Wij reisden met elkaar terug naar Friesland om even oog in oog te staan met het schip waarmee Willem Barentsz en de zijnen de reis naar Nova Zembla maakten, althans wat daarvan inmiddels overeind staat. In de Harlingen Willemshaven wordt een replica van het schip gebouwd. Een mooi project.
Tenslotte na een eenvoudige doch voedzame maaltijd, de film. Ongetwijfeld waren wij met zijn dertienen de meest beslagen ten ijs komende bezoekers van de eerste 400.000 die Nova Zembla al hebben bekeken. Erg meeslepend is-ie niet, en er mankeert historisch en praktisch wel het nodige aan. Maar in combinatie met wat we al gezien hadden is het verhaal nu toch wel bijna compleet.
Niet helemaal: want de kroon op het historische verhaal is toch wel het reisverslag van Gerrit de Veer zelf: het fraaie boekwerk dat in 1598 al binnen een half jaar op de markt was en een groot succes werd. Wie de fraaie facsimile-heruitgave van de eerste druk uit 1598 in handen heeft, die bladert mee met de eind-zestiende-eeuwse lezer. De beelden die op ons nationale netvlies staan, die komen we daar als authentieke prenten tegen. Een historisch document, dat vanaf eind januari in de boekhandel ligt.


woensdag 7 december 2011

Texel, kerk in Den Hoorn, Voskamp


Tja, je duikt weer midden in het werk en voor je het weet zijn er al weer drie dagen voorbij.
Maar ons weekje Texel is nog niet helemaal weggezakt.
Allereerst al niet vanwege de bureaubladfoto. Die roept die niet te beschrijven waddensfeer, waddenkleuren, dat waddenlicht een beetje op. Ik kan er altijd weer beduusd van zijn, hoe juist die pasteltinten lichtblauw, lichtgrijs, lichtbruin, lichtgroen, lichtgeel van zee, strand, duinen, helmgras, hoe die je kunnen overweldigen. Heerlijk. En veel zon, de beloofde regen kwam steeds een dag later. Wel wolken, maar dat maakt het alleen maar mooier. Op de laatste dag kwamen we aan het eind van de middag een duinovergang over en zagen de zon bijna recht tegen de branding aanschijnen. Zoiets zilverwitglashelders heb ik nog niet vaak gezien.

Ann
Vergeef me het wat uitbundige taalgebruik. Het weekje Texel was deels een werkweek. We kondigen in de voorjaarsaanbieding van Uitgeverij Van Wijnen het boek Duizendmaal dank (One Thousand Gifts) aan. Een wonderbaarlijk boek, geschreven in een associatieve poëtische stijl die de Amerikaanse uitgever (Zondervan) ertoe bracht een vertaalwaarschuwing af te geven: weet waar je aan begint. Die prikkel was voor mij genoeg om te zeggen: dat wil ik dan nog wel eens zien. En dus was dit weekje vrijaf (deels) een vertaalweek. Met het risico van lichtjes aangestoken te worden door de taalvondsten, stapelingen van associaties, en creatieve invallen van Ann Voskamp.
            Niet dat die de kern uitmaken van waarom haar boek de moeite waard is, al is het wel een wezenlijk onderdeel. Essentie van wat Voskamp naar voren brengt is dat het vanuit de boodschap van de Bijbel mogelijk is om van het leven waar we midden instaan te genieten als geschenk van God, wat ons ook overkomt. Dat is een boodschap die uitwerking nodig heeft. Wacht maar op het boek, de planning is dat het er in het late voorjaar is. Ik zal er vast nog wel meerdere keren op terugkomen. [Wie vast iets wil proeven, kijk hier – wat een uitdaging om er in het Nederlands iets net zo indringends van te maken!] [Een door Ann Voskamp geschreven Adventsleesrooster is aan te vragen via de weblog van Janneke Burger: jannekesjoligewereld.]

Die hebben we wel
Voor de kerkgang op de zondag was de keuze gevallen op een baptistengemeente in Den Burg met een naar verluid gereformeerd opgevoede voorganger. Het adres Julianastraat zoveel was op een krant gekrabbeld, maar op zondagochtend was de bijbehorende plaats ineens niet meer helemaal helder – al die plaatsnamen met voorvoegsels op Texel ook… In Den Hoorn was niet zo gauw een Julianastraat te vinden. Dus maar even vragen aan een passerend echtpaar: weet u de Julianastraat? Die hebben we hier niet. We zoeken een kerk. Die hebben we hier wel (big smile) – en er volgde een mooie dienst in de bijzondere PKN-kerk van Den Hoorn. Ja, een mens wikt wat af, maar beschikken staat nog altijd aan een Ander.



vrijdag 11 november 2011

Fruitbakjes en Bijbelstudie


Ze zullen nu wel allemaal bezorgd zijn, mag ik hopen, de fruitbakjes die vorige week tijdens de Dankdag-avondkerkdienst op de liturgische tafel klaar stonden.
De bedoeling was dat mensen een paar vruchten mee zouden nemen, die dan in bakjes gingen en bezorgd zouden worden bij ouderen en anderen die de erediensten van onze gemeente niet meer kunnen bijwonen. En hoewel een enkel gemeentelid op het plan reageerde met de melding dat ouderen tegenwoordig voldoende vitamines binnenkrijgen, begrepen de meesten toch wel dat het niet primair om het fruit ging.
Men begreep het zelfs zo goed dat men niet met enkele vruchten aankwam maar met zakken vol. Door snel schakelen konden er extra bakjes worden gevuld, en er konden ook nog spontaan namen worden bedacht van mensen binnen en buiten de gemeente die voor ontvangst in aanmerking kwamen. Ook lukte het zonder moeite om na afloop van de dienst enkele tientallen brengers te vinden.
Aardig was dat de verdeling in volstrekte willekeur gebeurde: niemand wist naar wie hij of zij toegestuurd zou worden. Al vrij snel kwamen er verhalen los van mensen die voor het eerst ergens over de vloer kwamen en daar zeer van hebben genoten. Ook van mensen die zeiden: dat is nu opmerkelijk, ik denk al een hele tijd dat ik daar eens langs moet en nu word ik er zomaar heen gestuurd. Zoiets kun je toeval noemen, of leiding. En je kunt zeggen: waarschijnlijk lopen er in een kerkelijke gemeente voortdurend allerlei mensen rond met van meerdere broers en zussen het knagende gevoel dat ze er eens langs moeten, dus dat levert een behoorlijke statistische kans op dat ze dan net het bakje van zo iemand in handen geduwd krijgen. Hetgeen overigens niets afdoet aan de leiding die daarin niettemin schuilt.

Na afloop van de betreffende dienst bleef een aantal vrouwen achter voor een dankdagbijbelstudieavond in het teken van dankbaarheid. Wat tijdens die samenkomst, en rondom in ons gemeenteleven, tot veler verrassing bleek, was dat een heleboel mensen druk doende zijn de hele Bijbel in een jaar door te lezen. Aanleiding is het gemeentelijke jaarthema Leren van Gods liefde, waarvan één element is een Bijbelleesrooster voor het lezen van de hele Bijbel in één jaar. Dat rooster levert flinke lappen leestekst op. En mensen zijn daar nu echt mee bezig, en vinden er ook nog eens veel vreugde in. Ik weet van iemand die tijdens het nuttig handwerken de Voorleesbijbel aanzet, en zo zelfs een voorsprong neemt op het rooster. En ik hoor ook van verschillende kanten dat lezers met veel plezier de nieuw verschenen Studiebijbel Het Nieuwe Leven gebruiken, om bij het lezen van tekstgedeelten die vragen oproepen ondersteund te worden in het zoeken naar een betekenis voor hun leven. Anderen gebruiken liever een studiebijbel die wat meer een studiebijbel is, zoals bijvoorbeeld de Studiebijbel in Perspectief.

Bijzonder vind ik het wel. Zowel die bakjes fruit als dat Bijbellezen.


woensdag 2 november 2011

Gebedenboek

Afgelopen zaterdag aanvaardden we in de ochtendstond de reis naar Antwerpen. Een treinreis van ruim vier uur vanaf Leeuwarden met leesstof en fourage, en een steekkarretje met twee grote dozen, waarin het Breviario Grimani.
Het wat?
Het Grimani Brevier is één van de beroemdste handschriften uit Vlaanderen, en de Italiaanse uitgeverij Salerno heeft er een facsimile van gemaakt. Ik heb er denk ik al over geschreven toen ik een paar maanden geleden Rome bezocht om het boek te bekijken en over de import te overleggen.
Want de verkoop van de magnifieke facsimile-heruitgave van het handschrift verloopt via Franeker. Bekijk maar meer over het project op de speciale website. En dat we ermee naar Antwerpen moesten had te maken met de grote Boekenbeurs van Antwerpen. Een enorm evenement, met een soort RAI vol boeken. Als je alle stands langs loopt zonder een boek aan te raken ben je zeker een half uur verder.
Onze man in Vlaanderen, Arnold Eloy van Mens en Cultuur uitgevers, heeft de kleinste stand op de beurs (die nog tot 11 november loopt) en hij genereert belangstelling voor deze uitgave onder het motto: het duurste boek in de kleinste stand.
Het lag in de bedoeling dat ook de Koning der Belgen Albert II de beurs zou bezoeken. We hopen natuurlijk dat hij nog geen sinterklaaskadootje voor de Koningin der Belgen heeft.
Uiteraard hebben we de Antwerpse binnenstad bezocht en daar onder meer geconstateerd dat de economische crisis en de afbraak van het winkelen in binnensteden hier nog niet is doorgedrongen. Even iets drinken op een terras zat er niet in: alles vol. Een bankje en heerlijk vruchtensap van de Spar was een prima alternatief. Het halen van de trein terug was lastig, want op de Meir kon je letterlijk op de hoofden lopen. Of die mensen allemaal ook iets kopen kun je natuurlijk niet zien. Maar de mensen zien er in Antwerpen welvarend uit.
En we zijn natuurlijk ook welvarend. Zeer welvarend. Goed om dat te constateren op Dankdag. Laten we onze gebedenboeken er maar bij openslaan. Die hoeven dan geen verkoopprijs van € 22.000 te hebben. En misschien moet je maar gewoon hopen dat er van die Grimani niet één verkocht wordt - omdat de mensen er nuttiger doelen voor hebben, voor dat geld.
Aan de andere kant: die facsimile is echt wel heel mooi en bijzonder. Maar dat had ik eerder ook al eens geschreven, meen ik.

vrijdag 21 oktober 2011

Een handvol redenen om niet te bloggen

De laatste blog is al weer drie weken oud. Daar zijn nogal wat redenen voor.
Bijvoorbeeld.

1 oktober: pontbaas geweest op Keimpetille. Wat een succes die pont. Meer dan 6.000 mensen overgezet in twee maanden tijd. Maar het is ook een uniek vervoermiddel op een uniek plekje. De moeite waard om voor naar Friesland te reizen, zoals die zaterdag twee zussen deden, om nog een beetje verjaardag te vieren.

Week later, 7 oktober, presentatie van de novelle van Kees 't Hart, Het beeld van Goethe. Het verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van de sluiting van de Franeker Universiteit in 1811. Een intrigerend spel met waarheid en fictie. Leuk om af en toe literatuur uit te geven.

De week daarna was helemaal een gekke boel. Eerst werd de Bosatlas van de geschiedenis van Nederland gepresenteerd aan prins Willem-Alexander. Had mijn bescheiden bedrijfje niks mee te maken, want de uitgever van die schitterende atlas is Noordhoff. Maar wel leuk was dat voordat de prins het boek in handen kreeg wij als verzendboekhandel al een paar honderd atlassen verkocht hadden, via de mooie website over de atlas. Hebt u het gemist, bekijk 'm dan maar eens. Meteen daarna: Frankfurt. Een paar dagen wentelt men zich daar op de Buchmesse in de boeken. Collega Albert spreekt er de buitenlandse theologische uitgevers, ik zwerf rond op zoek naar bijzondere dingen. Heruitgegeven middeleeuwse handschriften voor de echte liefhebber, nieuwe historische auteurs. Zo kwam ik bijvoorbeeld een fraaie historisch-maritieme atlas van WO II tegen: indrukwekeknd om aan alle zeeslagen en maritieme operaties ook weer te zien dat het een echte wereldoorlog was. Zou ook in Nederlandse vertaling iets moois opleveren. Kijken of dat lukt.

Diezelfde vrijdag alweer een boekpresentatie: een mooi gebonden boekje over de universiteitsbibliotheek van de voormalige Franeker Universiteit, ten doop gehouden op een boeiende studiedag.

Aansluitend een weekendje bij de familie in Berkel en de maandag daarop een hele dag met fotograaf, meedenkers van NS en EO, en de vormgever sleutelen aan het treinreisfotoboek dat eind november gepresenteerd moet worden. Heerlijk zo'n dagje echt bouwen aan een boek. 's Woensdags een dagje naar de CBC boekencentrale in Houten, praten over distributie, automatisering - de randvoorwaarden om boeken bij de klanten te krijgen. Zou veel over te zeggen zijn.

En vandaag op één dag twee boekpresentaties bij het leger: een boek over de geschiedenis van de Infanterie en een boek over het Regiment Johan Willem Friso. Altijd leuk zulke bijeenkomsten. Het blijft toch wel bijzonder hoe een boek altijd blije gezichten oplevert. Vanochtend vroeg (de eerste presentatie was al om 9 uur) waren die gezichten wel extra blij, want gisteren was tot een uur of half zes de pallet met boeken die de Poolse drukker had afgeleverd nog zoek. Mooi dat het allemaal goed kwam.

Hopelijk volgende week tijd voor een lange slinger losse eindjes van de afgelopen weken.

En dan misschien nog eens blogs over Jonathan Israel, over het boekenvak, over studiebijbels, over het Nieuwe Testament voor Iedereen, over schilderijen en foto's van Marc en Henny de Klijn, over treinen, ach, waarover allemaal wel niet. Maar misschien ook wel weer een paar weken niet, als er nog weer eens een middag boeken zoekraken of iets van dien aard.

donderdag 29 september 2011

''Met glans en glorie bent u bekleed, in een mantel van licht gehuld.''


Vakantie is heerlijk, maar als je terugkomt is er altijd die rijstebrijberg waar je doorheen moet.
Een blog schiet er dan zomaar bij in.
En dat terwijl er zo veel te vertellen is. Over die vakantie, maar ook over heel veel dat in de tussentijd in boekenland speelt.

Eerst die vakantie dan maar, dan is dat maar geregeld.
Ik maak daarbij gebruik van een verslag dat mijn geliefde Marion maakte. Daar zaten ook schitterende foto's bij, maar die in deze blog kopiëren gaat mijn capaciteiten helaas teboven. Ik volsta dus aan het eind van dit verhaal met een link naar een website.

Nu eerst maar eens de loftrompet steken op de imposante schoonheid van de Schotse Hebriden. Wat een mens daar aan licht en kleur voorgeschoteld krijgt doet diep verlangen naar de eeuwigheid, die dan wat mij betreft geheel in dit gebied doorgebracht zou mogen worden. De eindeloze diepte van een loch zoals Loch Linnhe, dat zich in voortdurende wisseling van kleurschakeringen voor ons uitstrekte tegenover onze kampeerplek op Mull, alleen daarover zou ik al een aantal blogs kunnen schrijven.

Maar ik beperk me.

Ik ga nu mijn echtgenote citeren.

We waren stellig van plan ''eiland te hoppen'' tot de meest westelijke eilanden van de Hebriden: Lewis en Harris, maar toen we op het eerste, wat grotere, eiland kwamen: Mull, bleek het daar al zó overweldigend mooi, dat we daar een weekje zijn gebleven. Vandaar zijn we naar de kleine eilandjes Iona (met de beroemde kathedraal) en Ulva (zonder asfalt en dus auto's) gegaan.

''U hebt de aarde op pijlers vastgezet, tot in eeuwigheid wankelt zij niet.''

Heel vaak hadden we dreigende luchten, maar meestal viel de regen niet op ons! Alleen onze eerste wandeldag, op Kerrera, een klein eilandje tussen het vaste land en Mull, hebben we een paar vreselijke buien gehad. Maar dat levert ook weer prachtige foto's op, en we kwamen bij een heerlijk rommelige 'theetuin' waar we alles konden drogen.

Op Mull kampeerden we met uitzicht over het loch, en vlakbij een prachtig kasteel, waar de voorvaderen van onze schoonzus Nely Maclean vandaan komen, dus was dat ons ''kasteel van Neel''.
De afstand naar de pont van Iona vanaf onze kampeerplek was zo'n 30-35 kilometer, maar je doet er lang over, omdat de weg een 'single track' is: er past maar één auto op. Je hebt links en rechts talloze passeerplaatsen en het hangt dus ook van je beleefdheid af hoe snel je gaat. Maar als je onderweg een kudde Schotse Hooglanders op je pad krijgt (of er vlak naast), dan houdt dat ook wel op!

''Gras laat u groeien voor het vee en gewassen die de mens moet verbouwen...''

Iona heeft prachtige goudgele strandjes en daar is Dingeman zelfs nog te water gegaan bij een watertemperatuur van ong. 15 graden. De kathedraal zelf was ook mooi, met name de zuilengang.
Die was denk ik van kalksteen, en iedere pilaar was weer versierd met een andere afbeelding. Ook veel vogels, dat sprak ons natuurlijk weer erg aan.
Als je de foto's opnieuw bekijkt dan kun je weer zó onder de indruk zijn van het licht en de kleuren! We zijn vaak stil geweest en onder de indruk van Gods grootheid hierin.

'' Hoe talrijk zijn uw werken, Heer. Alles hebt u met wijsheid gemaakt.
Voor de Heer wil ik zingen zolang ik leef, een lied voor mijn God zolang ik besta.''

De citaten uit Psalm 104 stonden in het oorspronkelijke reisverslag bij de foto's. U, bloglezer, moet uw verbeelding maar gebruiken. Of kijken op de website van het bedrijf dat de veerverbindingen tussen alle eilanden verzorgt: Caledonian MacBrayne. De extra charme van het zich per veerboot verplaatsen (zeker een keer of zes deze vakantie), en het voortdurend links en rechts zien opdoemen van de zwart-witte Calmac-boten blijft ons zeker ook bij. De maatschappij geeft op zijn website een mooi overzicht met foto's van al zijn bestemmingen. Geniet er maar van!

dinsdag 16 augustus 2011

Luther, Corti, Voskamp

Ik ben geloof ik niet opgegroeid met een afkeer van rooms-katholieken. Als wij met DEVJO (Door En Voor Jongeren Opgericht) tegen RKSV moesten spelen speelde het katholiek zijn van die vereniging bij mijn weten geen enkele rol.
Toch zaten de roomsen natuurlijk wel fout, zoveel werd mij in mijn opvoeding en scholing wel duidelijk. Nog afgezien van de Tachtigjarige Oorlog was het al helemaal mis met die heiligen. En Maria als object van verering kon al helemaal niet.
Ik weet nog goed dat ik voor het eerst een roomse mis bijwoonde. Het was in de San Marco in Venetië, waar ik als student heen was gelift. Het was in de dienst tijd voor de geloofsbelijdenis. Men was toe aan het Ex Maria virgine, en ik stond versteld: daar presteerden die roomsen het om Maria zelfs het credo al binnen te smokkelen. Ik weet niet of ik me meteen al realiseerde dat ik zelf elke zondag hetzelfde beleed. De vergissing onthutste me wel een beetje. Zo voorgeprogrammeerd kan een mens kennelijk wezen.

Het gevoel dat er in de rooms-katholieke kerk vooral veel mis is ebde dus wel wat weg. Maar dat wil nog niet zeggen dat ik meega met de gedachte die in Corti's roman naar voren komt (hij zegt het natuurlijk niet zelf, het is Michele - zijn alter ego, dat wel) dat communisme en nazisme via de lange weg van het Duitse idealisme en de Verlichting terug te voeren zijn op "de rebellie van Luther". Al is het wellicht ook weer niet helemaal onzin, zie Charles Taylor, en Brad Gregory in een boek dat dit najaar verschijnt. Over dat laatste boek, dat wil laten zien hoe de reformatoren iets in beweging hebben gezet wat ze zelf absoluut niet beoogden, later wellicht meer.

Nu wil ik het nog even over Luther hebben, die tijdens mijn reis naar Rome en Milaan enkele keren langskwam. Het mooist in een citaat dat Ann Voskamp doorgeeft in haar boek One Thousand Gifts. Ik las het in de trein en ben er stevig door gepakt. We hopen het volgend jaar in het Nederlands uit te geven.
Een van haar hoofdstukken begint met een uitspraak van Luther: God maakte de Schepping uit niets. Zolang wij dus maar niets willen zijn, kan God van ons nog een heleboel maken. De dienst op zondagmorgen bij de Waldenzen in Milaan sloot prachtig aan bij de lezing van Voskamps boek, waarin dankbaar zijn, eucharisteo, centraal staat. Een preek over Deuteronomium 7: God verlost omdat Hij ons liefheeft. Alleen maar daarom. De voorgangster citeerde ook Luther: De Heer vindt niet, maar schept wat Hij liefheeft.
Zo reisde Luther mee dat weekeinde.
Allemaal uiteindelijk veroorzaakt door Eugenio Corti met die dikke roman van hem, met die wijding van zacht licht.


zaterdag 13 augustus 2011

Rooms en protestants

In zijn column in het Nederlands Dagblad geeft Bart Jan Spruyt blijk van zijn verwarring (enigszins) na het lezen van Corti's Het rode paard. "De gelovigen in Corti's boek hebben natuurlijk helemaal geen verstand van theologie, maar hun geloof voedt wel een ingetogen levensstijl. Het spreidt een wijding van zacht licht over het gewone, alledaagse leven, zonder al te veel zelfbewust geroem en getuig."
Mooi, die 'wijding van zacht licht'. En herkenbaar. Herkenbaar van het zachte licht over de Noord-Italiaanse heuvels aan het eind van de middag, terwijl het in de verte onweert. "De ene keer komt het onweer van het Lago di Como, de andere keer van het Lago Maggiore," zei mevrouw Corti (Alma, voor de Rodepaardlezers) vorige week, in een grote schommelstoel in de tuin van de vroegere textielfabriek, nu mooi oud woonhuis van de Corti's.
Maar dat bedoelt Spruyt natuurlijk niet. Dat zachte licht van het katholieke geloof is herkenbaar op momenten dat je je geheel verwant voelt met katholieke christenen. Ik herinner me een voorval in een klooster ergens in de bergen boven de Cinque Terre ten oosten van Genua, tijdens een groepsgesprek onder leiding van een priester. Het was een soort gemeentedag, en het thema was: wat doe je met je geloof in het dagelijks leven. Ik was net aan komen lopen toen het groepje met stoelen naar buiten kwam om in de open lucht door te praten. Ik mocht best aanschuiven. De priester vertelde nog met enthousiasme over iemand die protestants was opgevoed maar, hoe mooi, de schoonheid van het katholieke geloof had ontdekt en op het rechte pad terecht was gekomen. Ik mompelde nog wel dat ik ook protestant was, maar me echt mengen in het gesprek durfde ik als gast en in krakkemikkig Italiaans toch niet.
Het gesprek kwam op het lijden in de wereld. Iemand vertelde dat zij en haar man met vrienden naar de (prachtige) film La vita è bella waren geweest, over de Holocaust. Na afloop nog even wat drinken, en die vrienden hadden gezegd: jullie zijn toch christenen, hoe kun je dat nu rijmen met wat er in de oorlog gebeurd is? Dan kun je toch niet meer in een God geloven? Er werd wat over heen en weer gepraat, en toen zei een bescheiden wat oudere mevrouw: ik moet als het over zulke dingen gaat altijd maar aan de Heer denken. Die heeft toch aan het kruis nog oneindig veel meer geleden. En dat voor ons!
Het was een ontroerende ervaring, opgedaan onder toezicht van een stevig anti-protestantse priester. Net zoals Corti in zijn werk Luther opvoert als degene die aan de wortel staat van de neergang van het geloof in de moderne tijd; maar daarover in een volgend bericht, want we moeten nu eten. Straks zijn we voor het eerst pontbaas bij Keimpetille. Lezer, waar dan ook, bent u de komende tijd in Noordwest-Friesland, verzuim dan niet over te steken met het nieuwe fietspontje over het Van Harinxma-kanaal bij Zweins!

maandag 8 augustus 2011

San Lorenzo

In Milaan vorige week de San Lorenzo overgeslagen. Een dag is ook erg weinig, maar het had natuurlijk wel even gemoeten. Thuis was ik weer eens begonnen in Het motet voor de Kardinaal van Theun de Vries. Helaas momenteel uitverkocht. Ik las gisteren de kernpassage uit het boek. De hoofdpersoon is op zijn zwerftochten in Milaan terechtgekomen, en leeft met zijn ziel onder zijn arm, tot hij in de San Lorenzo in een mis terechtkomt. "Ik schrok: op een galerij boven  mijn hoofd ruiste het plotseling gedempt en verrassend. Vlak daarop barstte een koor van mannenstemmen los. Ik wist niet wat ik hoorde. Ik keek links en rechts, maar niemand scheen ontdaan als ik. Ik vernam in het koor vele stemmen, die ieder voor zich schenen te zingen, zij stegen en daalden langs onzichtbare ladders over en naar elkaar, soms paarsgewijs, soms kruisten zij elkaars baan als kometen en sleepten een lange staart van harmonieën achter zich aan, zij hielden elkaar zwevende in evenwicht, en ondanks de kunstigste verstrengelingen was alles sterk en doorzichtig als zilveren steigerwerk in de ruimte."
Het blijkt het nieuwe motet van meester Gioacchino - Josquin des Pres. Ik associeer deze passage zelf onverbiddelijk met het Agnus Dei uit een van Josquins l'homme armé missen, hier in een You Tube-filmpje in een mooie zij het niet altijd 100% zuivere uitvoering: onzichtbare ladders, kunstige verstrengelingen. Ik heb het stuk jaren geleden in Leeuwarden gezongen, en ik herinner me nog levendig hoe de muziek werd uitgedeeld en we op het eerste gezicht aan dit Agnus Dei begonnen. Het leek nog nergens op, en toch stond ik net als Wolf in het boek van Theun de Vries als aan de grond genageld.
Ik heb de nieuwe biografie van De Vries nog niet in handen gehad. Het nu verschenen eerste deel loopt nog maar tot 1945 en Het motet is van 1960. Ik ben wel benieuwd naar wat er over deze roman in staat en wat De Vries met de muziek van Josquin had.
En ik had natuurlijk even in de San Lorenzo moeten gaan kijken. Nu koos ik op zondagmiddag voor de vespers in de dom. Het koor bestond uit drie mannen. Een wel erg magere invulling op een zondag in de hoofdkerk van een grote Italiaanse stad. Dat hebben de anglicanen in het algemeen dan toch wat beter voor elkaar. Overigens hopen we over veertien dagen af te reizen naar de westelijke Hebriden. Daar zullen we in de kerken zelfs geen orgel te horen krijgen. De zegen van de eredienst is er gelukkig niet van afhankelijk.

vrijdag 5 augustus 2011

Grimani en Muccino

Al weer een week geleden dat ik met de trein aankwam in Rome.
Drie uur vertraging als gevolg van een stationsbrand, en dan nog alleen dankzij een snelle overstap in Florence van de slaaptrein naar de HSL. Dat betekende in plaats van rustig naar het hotel wandelen en dan naar uitgeverij Salerno, nu snel per taxi naar het uitgeverijkantoor. De taxi sneed door het verkeer, maar de bestuurder kreeg halverwege ruzie met een voorligger die te traag aan de kant ging. Dat leverde een uiterst Italiaans tafereel op van bloemrijk scheldende chauffeurs. De teller tikte natuurlijk door, en de vraag blijft dan knagen hoeveel procent van de extra kosten voor de andere automobilist zijn in zo'n geval...
Maar als het project Breviario Grimani met enig succes verloop kan er wel een taxiritje-met-ruzie vanaf. Dit bijzondere zestiende-eeuwse Vlaamse handschrift, dat in Venetië berust,  is door de Romeinse collega's op onnavolgbare wijze gereproduceerd. Eén exemplaar van de facsimile-uitgave moet een belangstellende wel € 22.000,00 kosten.
Zo'n bedrag roept natuurlijk allerlei vragen op, die hier niet kort te beantwoorden zijn. Het hele complex van dilemma's rond de bedragen die voor kunst worden betaald, in het licht van de nood in de wereld, is hier ook aan de orde. Wie veel geld in beheer heeft kan het aan allerlei mooie en nuttige dingen besteden. Of een (nog niet eens echt, maar nagemaakt) renaissance-kunstwerk van tweeëntwintigduizend euro verantwoord geldbesteden is, is een individuele beslissing. Dat Afrika ook geld nodig heeft is evident. 's Avonds in de open lucht langs de Tiber de film Un altro mondo bekeken. Ik geloof dat niet diezelfde avond, maar de avond ervoor de recette naar de Italiaanse 555 ging.

woensdag 3 augustus 2011

John Stott

Terug van een lang weekend Rome en Milaan. Daarover naar ik hoop nog wel een of meer blogberichten. Nu eerst nog even stilstaan bij het overlijden van John Stott. Veel daarover in allerlei media. Hier één link naar Christianity Today. Daarin ook aandacht voor een aspect van Stott dat ik verder weinig tegenkwam: zijn liefde voor vogels. Zijn mooie boek daarover is uitverkocht en Wever Van Wijnen heeft het ook niet tweedehands. (Anderen vast wel, het is de moeite waard.)
Bij collega Jan Zweers, zelf op vakantie in de Weerribben, wel enkele andere Stott-boeken, waaronder de biografie van Dudley-Smith.
In Italië niet veel vogels gezien overigens. Nieuw voor mij was de Italiaanse mus, een ringmusje maar dan zonder ring.

woensdag 27 juli 2011

Prediker

Het is al weer een halve week geleden, maar het vermelden zeker waard: na de overwegingen naar aanleiding van Van Ruler kwam er zondagochtend (hoe vaak gebeuren zulke dingen toch) een direct aansluitende preek over Prediker. Geniet van het leven dat God geeft. Hij ziet er zelf op toe dat je dat doet.

Tegelijk ging elders in het land de preek ook over Prediker. John van Eck, van wie we een prachtig nieuw boek over zeventiende- en achttiende-eeuwse geloofsbeleving voorbereiden, preekte over Prediker 7. De beruchte vrouwonvriendelijke tekst. Een oud-collega en legerrabbijn attendeerde Van Eck erop dat in vers 26 van Prediker 7 ("Wat ik vind is altijd weer een vrouw die bitterder dan de dood is, die een valstrik is") het woordje ik in het Hebreeuws een sterke nadruk krijgt. Dan staat er: IK, Salomo, heb (mijn lusten volgend) mijn omgang met vrouwen op deze (achteraf ellendige) manier beleefd, maar 'een mens die God behaagt' beleeft het anders, namelijk als in 9:9 beschreven, waar man en vrouw, in het kwetsbare levend en elkaar steunend, het goede van God mogen genieten. Zo gelezen (en zo moet het ook vanuit het Hebreeuws) is het slot van Pred. 7 geen sneer naar de vrouw, maar een schuldbelijdenis van de schrijver. De tegenstrijdigheid tussen het slot van 7 en 9:9 is daarmee ook weggenomen. Vers 28 van hoofdstuk wordt zo heel dramatisch: in een cultuur die door lust gedomineerd wordt is zelfs een menselijke ontmoeting tussen man en vrouw onmogelijk geworden.

Het is dat je maar op één plek tegelijk kunt zitten, anders had ik de preek graag in zijn geheel gehoord!

vrijdag 22 juli 2011

Ultragereformeerd voetballen kijken

Vanochtend in de krant een stuk over de delen IV-A en IV-B van het Verzameld werk van A.A. van Ruler, met een citaat uit Ultragereformeerd en vrijzinnig onder het kopje: 'Kan een kind van God genieten van seks?' Is het nu omdat kadertjes altijd eerst worden gelezen en dan pas, als het naar meer smaakt, de hele lap tekst van een artikel, dat de ogen naar deze kolom worden getrokken? En dat ik even later, na de ruiling der katernen, hetzelfde zie gebeuren bij mijn tafelgenote?
Wat daarvan zij, als het hele Verzameld werk een even grote dichtheid aan citeerbare passages heeft, dan zouden deze kloeke banden snel uitverkocht kunnen zijn; en er zou dan zeker geen sprake mogen zijn van stopzetting van het project, zoals op dit moment dreigt.
"Aanváárdt men de geslachtsgemeenschap, met haar verrukking, dan aanvaardt men alles. Bijvoorbeeld ook het spel. Wat doen volwassen mensen in het liefdesleven anders dan spelen, puur voor hun plezier? Aanvaardt men dit positief en bewust, dan staat men ineens totaal anders in de wereld. Men kan dan als geestelijk mens met lust kijken naar een voetbalwedstrijd en in het plezier dat men - ook als men tegen de dood aan leeft, daarin heeft, een moment van de heiliging vinden."
Mogelijk dat in de huizen van Nederlands Dagblad-lezers dezer dagen hier en daar in de avondstond de vraag zal opklinken: wat zal het worden, een voetbalwedstrijd?




donderdag 14 juli 2011

Gedrukte informatie

Tja, zou het inderdaad alleen nog maar neergang en terugloop zijn als het om gedrukte media gaat? Nu InSpirit Media weer ter ziele. Geen Koers meer, en geen Elisabet, om maar eens wat te noemen. En hoofdredacteuren en directeuren van kranten en boekenuitgevers die aangeven dat het allemaal zo moeizaam is.
Nou ja, dat is het soms ook wel. De ene dag verkoop je van een goedlopend boek veertig exemplaren, een volgende dag van alle boeken die je hebt uitgegeven bij elkaar nog geen veertig.

Dat betekent wat mij betreft vooral dat je ervoor moet waken om op zo'n dag van veertig stuks van één titel niet ronkend bij jezelf te denken hoe goed je het doet, en richting collega's met problemen een gevoel te hebben dat het heus niet slecht hoeft te gaan als je maar de goeie dingen doet. En even hard moet je je ervoor hoeden om op een dag dat er bij het grote Centraal Boekhuis maar veertig boeken worden besteld, met een somber gevoel rond te lopen dat de ondergang nu ook in Franeker aanstaande is.

Gelukkig is meestal het gevoel overheersend dat er zoveel boeiende projecten zijn waar we als boekhandel mee bezig zijn (mooie partijen opruimingsboeken, klanten die spontaan ons antiquariaat ontdekken, bijzondere boeken die eraan komen en waar we de publiciteit mee in kunnen), en zoveel schitterende boeken om uit te geven (de nieuwe Keller, nieuwe delen van Tom Wrights NT-commentaar, een indrukwekkend boek van Miroslav Volf over de Islam, een prachtig treinenboek met foto's van Martin Kers en teksten van Hans Bouman), dat je er opgewonden van zou kunnen raken.
Die opwinding wordt dan wel weer getemperd door het besef dat het allemaal wel gedáán moet worden. Collega Albert de Vos mag graag zijn tante citeren: " Fijn, jongen, dat je het zo druk hebt!"

Nu eerst maar eens onze digitale aanbiedingencatalogus de wereld in. Voor het eerst alleen op verzoek de catalogus nog op papier (en dus ook bij ons: minder gedrukte communicatie). Spannend!

dinsdag 5 juli 2011

Hebzucht


Afgelopen zondag een catechismuspreek over hebzucht naar aanleiding van het achtste gebod: gij zult niet stelen. Voorganger Pieter Groen deed netjes aan bronvermelding: hij had gebruik gemaakt van een hoofdstuk uit Namaakgoden van Tim Keller, “volgens mij in deze stad uitgegeven”.
Kijk, zulke sluikreclame is nu niet erg bevorderlijk om een uitgever tijdens de preek van de hebzucht af te houden. De rest van de preek maakte dat overigens wel weer goed. Die oude catechismus is in de uitleg over de tien geboden altijd weer geweldig op dreef. Telkens weer gaat het niet over wat er allemaal niet mag, maar wordt doorgestoken naar de diepte: we moeten uit zijn op het heil van de naaste.
Een paar weken geleden kwam dat ook al zeer sterk op me af bij het zesde gebod. Wat was de eerste moord? Niet die van Kaïn op Abel! Adam en Eva stonden elkaar al naar het leven, door voor zichzelf te kiezen en niet voor de ander. Want dat is de kern van het Bijbelse gebod: dat we het goede zoeken voor de ander, zijn eer en voorspoed, zijn goede naam. Dat kan in een catechismuspreek dan ook zomaar worden doorvertaald naar de politiek: christelijke politiek kan alleen maar sociale politiek zijn. Dat is gewoon het zesde gebod houden.
En dan kom ik zonder omwegen ook weer bij Tim Keller uit: Ruim baan voor gerechtigheid.
Hopelijk niet met al te hebzuchtige bijbedoelingen.


woensdag 29 juni 2011

Augustinus

Twee theologen (Gerard de Korte en Matthias Smalbrugge)  spreken elkaar vandaag in Trouw over misbruik in de kerk en in de jeugdzorg. En ze hebben het zomaar samen over Augustinus. Wat is dat toch met die oude Aurelius, dat hij na zestien eeuwen nog altijd zo vaak ter sprake komt?
Al een tijd lang schrijft Paul van Geest in het Nederlands Dagblad wekelijks een behoorlijk lange column over Augustinus. Echt iets om over te slaan als je niet echt veel tijd hebt voor de krant, zou je zeggen. Maar het omgekeerde is waar: als Van Geest er in staat lees ik die dag in elk geval hem! Hebt u dat nou ook, dan is het goed te weten dat van de hand van Van Geest een boek over Augustinus uit is: Waarachtigheid.

dinsdag 28 juni 2011

Juffrouw Scholten

Vandaag kan ik alleen maar denken aan Juffrouw Scholten. Annie, als te doen gebruikelijk een verhaal met een moraal. Ik geef het maar even door. Terug te vinden in Ziezo - en hier:

Pas op voor de hitte

Denk aan juffrouw Scholten,
die is vandaag gesmolten,
helemaal gesmolten, op de Dam.
Dat kwam door de hitte,
daar is ze in gaan zitten
- als je soms wil weten hoe dat kwam.

Ze hebben het voorspeld: Pas op, juffrouw, je smelt!
Maar ze was ontzettend eigenwijs...
Als een pakje boter,
maar dan alleen wat groter,
is ze uitgelopen, voor 't paleis.

Enkel nog haar tasje
lag daar in een plasje...
Alle kranten hebben het vermeld
op de eerste pagina.
Kijk het zelf maar even na.
Ja, daar staat het, kijk maar: dame smelt.

Die arme juffrouw Scholten...
helemaal gesmolten...
Als dat jou en mij eens overkwam...
Laten we met die hitte
overal gaan zitten...
maar vooral niet midden op de Dam.


vrijdag 24 juni 2011

Eeuwig zondag

In de auto op weg naar de Amsterdamse theologienachten hoorde ik het Orkest van de Achttiende Eeuw de ouverture La Clemenza di Tito van Mozart spelen. Je zag dirigent Frans Brüggen gewoon bezig, en ik dacht ineens: dat zou Mozart zelf nu ook eens moeten kunnen horen en zien. Zou hij geweldig vinden.
Maar dat levert dan natuurlijk meteen allerlei overwegingen op over het hiernamaals, over de plaats van muziek op de nieuwe aarde, over het geloof van Mozart (en Brüggen). Tom Wright, hier al meerdere keren aangehaald, schrijft in zijn Verrast door hoop: "Ik weet niet welke muziekinstrumenten we in Gods nieuwe wereld zullen hebben om Bach mee te spelen, hoewel ik ervan overtuigd ben dat Bachs muziek daar wel zal zijn." Wright voert in zijn boek een krachtig pleidooi tegen een vaag spiritueel idee van de nieuwe aarde die komen zal. Het zal nieuw zijn, maar wel déze aarde. Bij lezing daarvan kwam bij mij het beeld boven van mijn leraar godsdienst op de middelbare school, ds. Wubbo Wierenga, die net een boek over de zondag geschreven heeft (dat al snel in herdruk is volgens mijn gegevens op dit moment). Ik zie hem nog vol vuur op de grond stampen: het gaat om deze aarde, jongens, hier!
We zullen slechts aan een eeuwigheid genoeg hebben om de rijkdom van de drie-enige God en zijn schepping te doorgronden, lijkt mij. En dat kunnen we dan ook in alle rust doen. Alle dagen zondag.
En elke dag een nieuwe Bach-cantate, tot in eeuwigheid.

Theologie in Amsterdam

Nog even over de theologienachten in Amsterdam. Ik was zelf op de contrastnacht. Het had ook best binnen in de sjieke Hermitage kunnen zijn. Zowel buiten als binnen kon ik auteurs, collega's en lezers tegenkomen. Zo trof ik Meinema-uitgever Kees Korenhof tijdens zijn rookpauze op het pleintje voor het museum; of nee, dat is hij nu juist net niet meer! Hij glom al een beetje vanwege de verkiezing van De Bijbel cultureel als prijswinnend boek, al weet ik niet zeker of hij dat al wist. Op een krantenfoto van de binnenacht meen ik Uitgeverij Van Wijnen-auteur Tim Vreugdenhil te hebben ontwaard. Buiten trof ik onder meer Reinier Sonneveld, wiens nieuwste boek over ongemakkelijke teksten van Jezus gaat, en ik hoorde mensen elkaar vragen of ze ook naar Berlijn gingen. In de context en sfeer van de Contrastnacht moest dat wel bijna over het eerste bezoek van Tim Keller aan het vasteland van Europa gaan.
Zelf zou ik wat voorlezen uit Corti's Het rode paard, maar de wat ongeorganiseerde opzet van de Contrastnacht sloot te goed aan bij mijn eigen soms wat chaotische leefwijze. Die wordt gelukkig vaak door mensen om mij heen opgevangen, maar in mijn eentje in de Hermitage-tuin bleek het tijdstip waarop ik zou voorlezen al voorbij voordat ik er erg in had. Wie het erg vreselijk gemist heeft moet zich maar melden. Misschien kan er een voorlezing op locatie geregeld worden.

maandag 20 juni 2011

Vakantieboeken: Corti

Het wordt weer echt vakantietijd: kranten gaan al bij lezers inventariseren welke boeken ze mee zullen nemen op vakantie.
Boeken die meegaan moeten bij Marion en mij in elk geval wel gedrukte boeken zijn. Want we gebruiken de blanco bladzijden voor- en achterin altijd om te noteren welke vogels we zien. Dat levert aardige historische leesinformatie op. Zo keek ik deze week in Il cavallo rosso van Corti (i.v.m. de Nederlandse vertaling die net uit is) en zag dat ik daar zelfs twee vakanties over heb gedaan: september 2006 in Duitsland (met  102 verschillende vogelsoorten), en in mei 2007 de Shetland-eilanden met 108 soorten, waaronder prachtige als zwarte zeekoeten en grote jagers (bonxies, in het Shets). 
Ik zal in deze blog waarschijnlijk wel regelmatig op Corti terugkomen. Het is een bijzonder boek en dat is het. Dat ik het in 2006 las en dat nu pas in 2011 de vertaling uit is, geeft aan wat een karwei het maken van zo'n boek is, als je het echt goed wilt doen. Volmaakt is het zeker nog niet, maar het doet geloof ik wel recht aan wat Corti beoogde.
Wie er aan wil proeven zou morgenavond 21 juni naar de Contrastnacht kunnen komen, voor enkele voorproefjes uit het boek.

Helemaal om voor de Dwarsligger

Ik moest er eerst niks van hebben, van de Dwarsligger. Ach, ik heb wel eens meer moeite met nieuwe dingen... Inmiddels ben ik helemaal om, nadat ik onlangs voor een vliegreis Oorlog en vrede als dwarsligger te leen kreeg. Onvoorstelbaar dat je zo'n omvangrijk boek gewoon in je binnenzak stopt. Het is weliswaar de kortere, vroege versie, in een vertaling die veel lof ontving en die er ook nog als gewoon boek is. Wie de complete versie wil heeft ook nog keus: de dundruk van Van Oorschot, de goedkope editie daarvan, en de pocketeditie, maar daarvan is alleen deel 2 er nog maar.
Tot nog toe valt het boek me niet echt mee. De eerste paar honderd bladzijden was ik snel door: meest gesprekken in zalen van Russische paleizen over wat mij betreft weinig interessante onderwerpen. Later wordt het wel boeiender en ik heb toch wel het idee dat ik het (met misschien wat snel doorbladeren hier en daar) ga uitlezen.

donderdag 16 juni 2011

Chaim Potok

Een opmerkelijk bericht gisteren: Brandaan (Peter van Dijks literaire uitgeverij onder de vleugels van De Vuurbaak) gaat het werk van Chaim Potok uitgeven. Dat is een felicitatie waard.
Het moet ergens in de tachtiger jaren zijn geweest dat ik hier in Franeker de suggestie deed om het werk van Potok in het Nederlands te gaan uitgeven. We hebben het dan nog over uitgeverij Wever. Hoe het precies gegaan is weet ik niet meer: of de gebroeders Wever het te ver af vonden liggen van de kernactiviteit van de uitgeverij (theologische boeken), of dat ik zelf toen heb geconcludeerd dat het vermoedelijk een brug te ver was - hoe dan ook, het kwam er niet van.
Potoks werk kwam terecht bij uitgeverij BZZTôH, een weliswaar literaire uitgeverij, maar toch een uitgever waar het een wat vreemde eend in de bijt was - zeker in later jaren. Maar een speciale persoonlijke verstandhouding tussen Potok en zijn Nederlandse uitgever Phil Muysson zorgde ervoor dat het werk van Potok in mooie uitgaven verscheen, soms zelfs eerder in Nederland dan in de VS. Uitverkoren werd ook verfilmd, en ik herinner me dat een van mijn broers de film is gaan zien en bij thuiskomst in tranen uitbarstte, zo had het verhaal hem aangegrepen.

BZZTôH ging in 2009 failliet en maakte een doorstart. Ik ben er van uitgegaan dat Potok leverbaar zou blijven, maar dat geldt op dit moment alleen voor de pocketedities van Uitverkoren en Davita's harp.
Scherpzinnig als altijd heeft Peter van Dijk nu de rechten op kunnen pikken en komt een prachtboek als Mijn naam is Asjer Lev weer beschikbaar. Niet zo lang geleden heb ik Het boek van het licht nog gelezen, dat mag er direct ook wel bij. En doe dan De familie Slepak ook maar, een onthutsend verhaal over dissidenten in de Sovjet-Unie, nog niks niet achterhaald.

Maak er wat moois van, Peter!

woensdag 15 juni 2011

Het rode paard in Gouda

Op een fraaie zomerse avond verzamelden zich gisteren een stuk of vijftig belangstellende lezers in de Goudse Agnietenkapel. De koffie met Goudse stroopwafel van boekhandel Smit was niet de enige reden. De Hoornaarse predikant Huib Klink hield een uiterst boeiend verhaal over Eugenio Corti en zijn boek. De grote lijn van zijn verhaal is te vinden in een verslag in het Reformatorisch Dagblad. Meer over dit bijzondere boek op de speciale website over Corti en zijn boek.

dinsdag 14 juni 2011

Broodje op Kornwerderzand

Mooie Pinksterdagen. Heerlijk, betrokken en vol vrede, in eigen gemeente.
Een volle kerkdienst, met bevestiging van nieuwe ambtsdragers en Avondmaal. Wat mooi altijd weer om al die bijzondere mensen aan één tafel te ontmoeten.
De bezoekjes waren deze Pinksterdagen van uiteenlopende aard. De logé van zondag op maandag was 3, de bezoekende tante later die dag 89. Hoewel het regenachtig was zijn we nog lekker even langs de zeedijk tussen de schapen doorgereden, bakje koffie bij de Harlinger veerhaven, en toen op Kornwerderzand zelfs nog buiten gegeten, tafeltje en stoelen mee, plekje uit de wind - heerlijk.
Na afloop nog wat achter vogels aan, kroon- en tafeleenden, jonge ganzen die over de weg heen waggelden, overvliegende wulpen. Altijd weer feilloos na te slaan in de onvolprezen Jonsson.

vrijdag 10 juni 2011

Shakespeare

Dat Engelsen zo taalgevoelig zijn heeft natuurlijk ook alles te maken met het feit dat het land zoveel grote literatuur heeft voortgebracht. Wat daarbij de kip is en wat het ei doet er niet zoveel toe. Ik vind het altijd intrigerend dat bepaalde volken wat de kunsten betreft elk hun eigen sterke kanten hebben. De Engelsen (en Russen) sterk in het literaire, Nederlanders in de beeldende kunst (Rembrandt, Van Gogh), Duitstalige landen altijd groot in de muziek (Bach, Mozart, Schubert, Beethoven).
Hoewel Stratford-on-Avon dichtbij was vorige week zat een bezoekje aan de stad van Shakespeare er niet in. Nadenken over zijn werk vanuit levensbeschouwelijk perspectief kan echter ook thuis, bijvoorbeeld met het boek van PKN-scriba Arjan Plaisier. Ook het antiquariaat van Wever Van Wijnen heeft een paar mooie boeken op dat terrein, van Korff en van Henk Woldring

donderdag 9 juni 2011

Vakantie in Engeland

Er even tussenuit geweest in Engeland. Het blijft een bijzonder volk, die Engelsen.
Echte taalmensen ook. Zet de radio aan in Engeland en je hoort goed geformuleerde zinnen, met een hoofdletter aan het begin en een punt aan het eind. Die tref je bij ons zelden in het openbaar aan. Maar dat komt omdat Engelsen constant door taal omgeven zijn. Voor alles is een opschrift, een bordje, een briefje. De mooiste van deze vakantie trof ik aan op de kaartjesmachine in de bus: of de gewaardeerde klanten zo vriendelijk wilden zijn het geprinte kaartje pas te pakken als het door de machine was afgesneden. Tja, daar waren veel klachten over bij de chauffeurs, dus daar laten we mooie bordjes voor graveren.
Een prachtige ervaring was de Hemelvaartsdienst in de kathedraal van Gloucester. Voor de laatste bijdrage van het koor processeerden we allemaal naar buiten, terwijl het koor zich naar de torentrans begaf. Zo keken we op deze vroege ochtend (de dienst begon om zeven uur) de strakblauwe hemel in, waar Christus ons is voorgegaan.
Maar: niet om ons hier achter te laten met alleen maar het verlangen naar de hemel. Tom Wright zegt daar veel moois en goeds over. Hij was jarenlang bisschop in net zo'n prachtige kathedraal.