dinsdag 16 augustus 2011

Luther, Corti, Voskamp

Ik ben geloof ik niet opgegroeid met een afkeer van rooms-katholieken. Als wij met DEVJO (Door En Voor Jongeren Opgericht) tegen RKSV moesten spelen speelde het katholiek zijn van die vereniging bij mijn weten geen enkele rol.
Toch zaten de roomsen natuurlijk wel fout, zoveel werd mij in mijn opvoeding en scholing wel duidelijk. Nog afgezien van de Tachtigjarige Oorlog was het al helemaal mis met die heiligen. En Maria als object van verering kon al helemaal niet.
Ik weet nog goed dat ik voor het eerst een roomse mis bijwoonde. Het was in de San Marco in Venetië, waar ik als student heen was gelift. Het was in de dienst tijd voor de geloofsbelijdenis. Men was toe aan het Ex Maria virgine, en ik stond versteld: daar presteerden die roomsen het om Maria zelfs het credo al binnen te smokkelen. Ik weet niet of ik me meteen al realiseerde dat ik zelf elke zondag hetzelfde beleed. De vergissing onthutste me wel een beetje. Zo voorgeprogrammeerd kan een mens kennelijk wezen.

Het gevoel dat er in de rooms-katholieke kerk vooral veel mis is ebde dus wel wat weg. Maar dat wil nog niet zeggen dat ik meega met de gedachte die in Corti's roman naar voren komt (hij zegt het natuurlijk niet zelf, het is Michele - zijn alter ego, dat wel) dat communisme en nazisme via de lange weg van het Duitse idealisme en de Verlichting terug te voeren zijn op "de rebellie van Luther". Al is het wellicht ook weer niet helemaal onzin, zie Charles Taylor, en Brad Gregory in een boek dat dit najaar verschijnt. Over dat laatste boek, dat wil laten zien hoe de reformatoren iets in beweging hebben gezet wat ze zelf absoluut niet beoogden, later wellicht meer.

Nu wil ik het nog even over Luther hebben, die tijdens mijn reis naar Rome en Milaan enkele keren langskwam. Het mooist in een citaat dat Ann Voskamp doorgeeft in haar boek One Thousand Gifts. Ik las het in de trein en ben er stevig door gepakt. We hopen het volgend jaar in het Nederlands uit te geven.
Een van haar hoofdstukken begint met een uitspraak van Luther: God maakte de Schepping uit niets. Zolang wij dus maar niets willen zijn, kan God van ons nog een heleboel maken. De dienst op zondagmorgen bij de Waldenzen in Milaan sloot prachtig aan bij de lezing van Voskamps boek, waarin dankbaar zijn, eucharisteo, centraal staat. Een preek over Deuteronomium 7: God verlost omdat Hij ons liefheeft. Alleen maar daarom. De voorgangster citeerde ook Luther: De Heer vindt niet, maar schept wat Hij liefheeft.
Zo reisde Luther mee dat weekeinde.
Allemaal uiteindelijk veroorzaakt door Eugenio Corti met die dikke roman van hem, met die wijding van zacht licht.


zaterdag 13 augustus 2011

Rooms en protestants

In zijn column in het Nederlands Dagblad geeft Bart Jan Spruyt blijk van zijn verwarring (enigszins) na het lezen van Corti's Het rode paard. "De gelovigen in Corti's boek hebben natuurlijk helemaal geen verstand van theologie, maar hun geloof voedt wel een ingetogen levensstijl. Het spreidt een wijding van zacht licht over het gewone, alledaagse leven, zonder al te veel zelfbewust geroem en getuig."
Mooi, die 'wijding van zacht licht'. En herkenbaar. Herkenbaar van het zachte licht over de Noord-Italiaanse heuvels aan het eind van de middag, terwijl het in de verte onweert. "De ene keer komt het onweer van het Lago di Como, de andere keer van het Lago Maggiore," zei mevrouw Corti (Alma, voor de Rodepaardlezers) vorige week, in een grote schommelstoel in de tuin van de vroegere textielfabriek, nu mooi oud woonhuis van de Corti's.
Maar dat bedoelt Spruyt natuurlijk niet. Dat zachte licht van het katholieke geloof is herkenbaar op momenten dat je je geheel verwant voelt met katholieke christenen. Ik herinner me een voorval in een klooster ergens in de bergen boven de Cinque Terre ten oosten van Genua, tijdens een groepsgesprek onder leiding van een priester. Het was een soort gemeentedag, en het thema was: wat doe je met je geloof in het dagelijks leven. Ik was net aan komen lopen toen het groepje met stoelen naar buiten kwam om in de open lucht door te praten. Ik mocht best aanschuiven. De priester vertelde nog met enthousiasme over iemand die protestants was opgevoed maar, hoe mooi, de schoonheid van het katholieke geloof had ontdekt en op het rechte pad terecht was gekomen. Ik mompelde nog wel dat ik ook protestant was, maar me echt mengen in het gesprek durfde ik als gast en in krakkemikkig Italiaans toch niet.
Het gesprek kwam op het lijden in de wereld. Iemand vertelde dat zij en haar man met vrienden naar de (prachtige) film La vita è bella waren geweest, over de Holocaust. Na afloop nog even wat drinken, en die vrienden hadden gezegd: jullie zijn toch christenen, hoe kun je dat nu rijmen met wat er in de oorlog gebeurd is? Dan kun je toch niet meer in een God geloven? Er werd wat over heen en weer gepraat, en toen zei een bescheiden wat oudere mevrouw: ik moet als het over zulke dingen gaat altijd maar aan de Heer denken. Die heeft toch aan het kruis nog oneindig veel meer geleden. En dat voor ons!
Het was een ontroerende ervaring, opgedaan onder toezicht van een stevig anti-protestantse priester. Net zoals Corti in zijn werk Luther opvoert als degene die aan de wortel staat van de neergang van het geloof in de moderne tijd; maar daarover in een volgend bericht, want we moeten nu eten. Straks zijn we voor het eerst pontbaas bij Keimpetille. Lezer, waar dan ook, bent u de komende tijd in Noordwest-Friesland, verzuim dan niet over te steken met het nieuwe fietspontje over het Van Harinxma-kanaal bij Zweins!

maandag 8 augustus 2011

San Lorenzo

In Milaan vorige week de San Lorenzo overgeslagen. Een dag is ook erg weinig, maar het had natuurlijk wel even gemoeten. Thuis was ik weer eens begonnen in Het motet voor de Kardinaal van Theun de Vries. Helaas momenteel uitverkocht. Ik las gisteren de kernpassage uit het boek. De hoofdpersoon is op zijn zwerftochten in Milaan terechtgekomen, en leeft met zijn ziel onder zijn arm, tot hij in de San Lorenzo in een mis terechtkomt. "Ik schrok: op een galerij boven  mijn hoofd ruiste het plotseling gedempt en verrassend. Vlak daarop barstte een koor van mannenstemmen los. Ik wist niet wat ik hoorde. Ik keek links en rechts, maar niemand scheen ontdaan als ik. Ik vernam in het koor vele stemmen, die ieder voor zich schenen te zingen, zij stegen en daalden langs onzichtbare ladders over en naar elkaar, soms paarsgewijs, soms kruisten zij elkaars baan als kometen en sleepten een lange staart van harmonieën achter zich aan, zij hielden elkaar zwevende in evenwicht, en ondanks de kunstigste verstrengelingen was alles sterk en doorzichtig als zilveren steigerwerk in de ruimte."
Het blijkt het nieuwe motet van meester Gioacchino - Josquin des Pres. Ik associeer deze passage zelf onverbiddelijk met het Agnus Dei uit een van Josquins l'homme armé missen, hier in een You Tube-filmpje in een mooie zij het niet altijd 100% zuivere uitvoering: onzichtbare ladders, kunstige verstrengelingen. Ik heb het stuk jaren geleden in Leeuwarden gezongen, en ik herinner me nog levendig hoe de muziek werd uitgedeeld en we op het eerste gezicht aan dit Agnus Dei begonnen. Het leek nog nergens op, en toch stond ik net als Wolf in het boek van Theun de Vries als aan de grond genageld.
Ik heb de nieuwe biografie van De Vries nog niet in handen gehad. Het nu verschenen eerste deel loopt nog maar tot 1945 en Het motet is van 1960. Ik ben wel benieuwd naar wat er over deze roman in staat en wat De Vries met de muziek van Josquin had.
En ik had natuurlijk even in de San Lorenzo moeten gaan kijken. Nu koos ik op zondagmiddag voor de vespers in de dom. Het koor bestond uit drie mannen. Een wel erg magere invulling op een zondag in de hoofdkerk van een grote Italiaanse stad. Dat hebben de anglicanen in het algemeen dan toch wat beter voor elkaar. Overigens hopen we over veertien dagen af te reizen naar de westelijke Hebriden. Daar zullen we in de kerken zelfs geen orgel te horen krijgen. De zegen van de eredienst is er gelukkig niet van afhankelijk.

vrijdag 5 augustus 2011

Grimani en Muccino

Al weer een week geleden dat ik met de trein aankwam in Rome.
Drie uur vertraging als gevolg van een stationsbrand, en dan nog alleen dankzij een snelle overstap in Florence van de slaaptrein naar de HSL. Dat betekende in plaats van rustig naar het hotel wandelen en dan naar uitgeverij Salerno, nu snel per taxi naar het uitgeverijkantoor. De taxi sneed door het verkeer, maar de bestuurder kreeg halverwege ruzie met een voorligger die te traag aan de kant ging. Dat leverde een uiterst Italiaans tafereel op van bloemrijk scheldende chauffeurs. De teller tikte natuurlijk door, en de vraag blijft dan knagen hoeveel procent van de extra kosten voor de andere automobilist zijn in zo'n geval...
Maar als het project Breviario Grimani met enig succes verloop kan er wel een taxiritje-met-ruzie vanaf. Dit bijzondere zestiende-eeuwse Vlaamse handschrift, dat in Venetië berust,  is door de Romeinse collega's op onnavolgbare wijze gereproduceerd. Eén exemplaar van de facsimile-uitgave moet een belangstellende wel € 22.000,00 kosten.
Zo'n bedrag roept natuurlijk allerlei vragen op, die hier niet kort te beantwoorden zijn. Het hele complex van dilemma's rond de bedragen die voor kunst worden betaald, in het licht van de nood in de wereld, is hier ook aan de orde. Wie veel geld in beheer heeft kan het aan allerlei mooie en nuttige dingen besteden. Of een (nog niet eens echt, maar nagemaakt) renaissance-kunstwerk van tweeëntwintigduizend euro verantwoord geldbesteden is, is een individuele beslissing. Dat Afrika ook geld nodig heeft is evident. 's Avonds in de open lucht langs de Tiber de film Un altro mondo bekeken. Ik geloof dat niet diezelfde avond, maar de avond ervoor de recette naar de Italiaanse 555 ging.

woensdag 3 augustus 2011

John Stott

Terug van een lang weekend Rome en Milaan. Daarover naar ik hoop nog wel een of meer blogberichten. Nu eerst nog even stilstaan bij het overlijden van John Stott. Veel daarover in allerlei media. Hier één link naar Christianity Today. Daarin ook aandacht voor een aspect van Stott dat ik verder weinig tegenkwam: zijn liefde voor vogels. Zijn mooie boek daarover is uitverkocht en Wever Van Wijnen heeft het ook niet tweedehands. (Anderen vast wel, het is de moeite waard.)
Bij collega Jan Zweers, zelf op vakantie in de Weerribben, wel enkele andere Stott-boeken, waaronder de biografie van Dudley-Smith.
In Italië niet veel vogels gezien overigens. Nieuw voor mij was de Italiaanse mus, een ringmusje maar dan zonder ring.