vrijdag 21 december 2012

Dat hebben wij lang begeerd

Laten we het er maar op houden dat dit mijn laatste blogbericht van 2012 wordt. Een mens moet ook van ophouden weten.
Een wat wrange formulering op de dag van het einde van de Maya-kalender? Daarover ga ik het nu niet hebben - we gaan toch gedenken dat Jezus Christus in deze wereld vol eindtijdangst zich tussen de tobbers (onder wie ik mijzelf ook reken) vestigde en hun leven kwam delen.

Liefde en Heilige Geest, die vergaan niet, en dus is er hoop voor de wereld. Hoop die de profeten lang begeerden. Het Weerts Liedboek van rond 1500 bezingt het zo:

Ons kompt een schip, geladen
Tot aan het hoochste boirt;
Het brengt den soon des Vaders,
Dat ewentlike wort.

Dat schepken dat kompt gestreken,
Het brengt ons rijken last,
Die minne is dat seyle,
Die Heilige Geest die mast.

Doe spraken die propheten:
Dat hebn wy langh begheert,
Dat God den hemel ontsloete
En quam hier nederweert.

Er zijn in de Kersttijd altijd wel momenten dat een mens de vraag bekruipt of het allemaal niet wat minder kan. Maar hoe zouden we ons inhouden bij zo'n boodschap. Ikzelf ga dat toch maar niet doen, en dus volop zingen de komende dagen. Wees welkom in Leeuwarden en Franeker bij een prachtige Christmette, met onder meer Praetorius' magistrale Puer Natus in Bethlehem.
En zing zelf, waar u ook bent, met een dankbaar hart.

De Schrift leert ons de Heer elk moment te verwachten met zijn definitieve verlossing. Maar mocht het toch nog even moeten en mogen duren, dan graag bij leven en gezondheid tot in 2013.




vrijdag 14 december 2012

Cassina-Kovacs-Kolman

Deze ochtend staat in het Nederlandse Dagblad de maandelijkse Boeken-Toptien, en het doet een uitgever natuurlijk best goed als bij de tien non-fictietitels er drie uit zijn stal zijn, waaronder plaats 1 en 2 - en ook nog een roman bij de fictie.
Of dat dan betekent dat we als uitgeverij op dit moment helemaal aan het binnenlopen zijn is wat anders, maar het is natuurlijk wel leuker dan géén boeken in de toptien.
Nummer één, het nieuwe bijbelse dagboek van Arie van der Veer, leent zich niet zo erg voor mijn boekcitaat van vandaag. Nummer twee, Bevrijd van je zelf van Tim Keller wel degelijk. 

Ik kies voor een klein inkijkje in het uitgeefproces. Dit boek is een vertaalde uitgave zoals de lezer zal begrijpen. En vertalen is soms ook een beetje aanpassen aan de cultuur. Gaat het in het origineel dus over baseball, dan is het wel aardig om dat in de vertaling te vervangen door een sport die iets dichter bij de Nederlandse beleving zit. Ligt de vertaling dan net op het uitgeverijbureau ten tijde van de Olympische Spelen, dan komt al gauw een gouden turn-medaille in beeld. Zo kan voortaan de uitgave van dit boekje van Keller redelijk nauwkeurig gedateerd worden op zomer 2012, aan de hand van de volgende zinnen uit een passage waarin Keller schrijft over hoe een mens vrij kan worden van de bewondering van zijn omgeving. Hij gaat daar ver in:

"Zou je niet willen dat je een turner was die zilver wint en toch enthousiast is over die schitterende drievoudige Cassina-Kovacs-Kolman-sprong van degene die goud gewonnen heeft? Dat je die net zo mooi vindt als een zonsopkomst? Dat je het prachtig vindt dat-iegelukt is? Dat het er niet toe doet of jij succes hebt of iemand anders. Dat het niet uitmaakt of zij het deden of jijzelf. Dat je net zo blij bent dat het iemand anders is gelukt als wanneer het je zelf was gelukt – gewoon omdat het zo prachtig was.




Waarschijnlijk zul je zeggen dat je niemand kent die zo is. Maar jij en ik hebben wel die mogelijkheid, als we de weg opgaan die Paulus ingeslagen is. Ik kan gaan genieten van dingen die niet over mij gaan. Mijn werk gaat niet over mij, mijn sportprestatie gaat niet over mij, mijn verliefdheid gaat niet over mij, mijn relatie gaat niet over mij. Ik kan oprecht genieten van dingen op zich."


De vraag is boeiend of dat nu beslist de kern van het christelijk geloof uitmaakt: niet uitzijn op eigen succes. Er is denk ik veel voor te zeggen. 

En verder waren we hier vanochtend dankbaar voor iedereen die veilig op zijn plaats van bestemming aankwam, met veel auto's in sloten en andere ongemakken.




woensdag 12 december 2012

Dank voor een nieuwe titel

De Grote Prins Clausprijs gat dit jaar naar een uitgeverij. Altijd mooi. Het gaat om een groep enthousiastelingen in Buenos Aires die met veel vrijwillige hulp begonnen zijn met de hand boeken te maken die worden voorzien van een kartonnen handbeschilderd omslag - en dat karton wordt aangeleverd door mensen die het van de straat oprapen. Mijn citaat van deze morgen komt daarom niet uit een boek, maar van de website van Eloísa Cartonera: ""Het meest waardevolle dat een uitgeverij hebben kan, naast goede boeken natuurlijk, is een groep van goede vrienden en toegewijde lezers. Dank jullie wel dat jullie altijd een nieuwe titel verwachten!"

En dat is dus meteen waar ik vanochtend dankbaar voor ben: lezers die dankbaar zijn voor een nieuw boek!


maandag 10 december 2012

Als een dak dat ons beschermt

Het is altijd een vaste gang, tijdens de jaarlijkse Frankfurter Buchmesse: mijn wandeling naar de hal met Italiaanse uitgevers, en dan een ommetje naar de uitgeverij van het Vaticaan. Daar ligt op de balie een mooie ansichtkaart met een portret van de paus. Ik kwam er al toen Wojtila nog paus was. Er zijn toch soms nog wel mensen die ik een kaartje stuur en die een mooie pausfoto dan wel kunnen waarderen.

Vanaf het pontificaat van Benedictus XVI vind ik volgens mij niet of nauwelijks nog kaarten of foto's met alleen maar zijn portret. Benedictus wil vooral de boodschap van het evangelie kwijt. Dat merk je aan alles.

Vandaar dat ik dit jaar thuiskwam met mooi vormgegeven kaarten met citaten uit de prachtige boeken over Jezus die de paus geschreven heeft. Het laatste boek uit die reeks, over Jezus' geboorte en zijn kinderjaren, verschijnt binnenkort. Mijn citaat voor vandaag komt uit deel 1. Onder de geheven handen van de paus op de mooie ansichtkaart staat:

Le mani benedicenti di Cristo sono come un tetto che ci protegge. Ma sono al contempo un gesto di apertura che squarcia il mondo affinché il cielo penetri in esso e possa diventarvi una presenza.

Oftewel, volgens Google translate:

De zegenende handen van Christus zijn als een dak dat ons beschermt. Maar ze zijn beiden een gebaar van openheid dat doorboort de wereld door te dringen in de lucht en het kan diventarvi een aanwezigheid.

Dan begrijpt u het in grote lijnen wellicht al wel, maar ik wou er dit maar van maken:

De zegenende handen van Christus zijn als een dak dat ons beschermt. Maar ze zijn tegelijk een gebaar dat de wereld openscheurt zodat de hemel erin kan doordringen en voor ons een aanwezige werkelijkheid kan worden.

En na zo'n citaat kan mijn dankpunt voor vandaag lijkt mij slechts zijn: dank voor een paus die zo over Jezus schrijft.





vrijdag 7 december 2012

Pas op jongens!

Tja, gisteren aangekondigd dat er elke dag dat ik achter mijn computer zit een citaat en iets om dankbaar voor te zijn gaat komen. En het is al weer na twaalven.

Gauw dus maar, hier komen ze voor vrijdag de zevende.

Het citaat komt uit het pas uitgekomen boek Mijn leermeester van C.S. Lewis. Een bloemlezing uit het werk van de door hem zeer bewonderde Macdonald. Aan Macdonalds Unspoken Sermons "heb ik wel zo ongeveer zoveel te danken als een mens aan een ander mens te danken heeft," aldus Lewis.
Mijn citaat gaat over de witte steen die volgens Openbaring 2:17 ieder die overwint zal ontvangen, met een nieuwe naam die niemand kent, behalve degene die hem ontvangt. Macdonald zegt daarover:

"Door het geven van de witte steen met daarop een nieuwe naam wordt aan de mens meegedeeld hoe God over die mens denkt. ... De ware naam is er een die het karakter, de aard, de betekenis van de drager uitdrukt. Deze naam is het eigen symbool van die mens - een plaatje van de ziel - het teken dat bij hem en niemand anders hoort. Wie kan die eigen naam aan een mens geven? God alleen. Want niemand dan God ziet wat hij is." Ik zou wel door willen citeren, maar er moet vandaag nog meer gebeuren!

En ik was vanmorgen dankbaar voor dit tafereeltje: kinderen die van een besneeuwde brug naar beneden stuiven, en een moeder met kind in wandelwagen die roept: rustig aan jongens, voorzichtig! Zo heerlijk van alle tijden! Zo verrukkelijk zinloos, zo'n waarschuwing als ze al halverwege de sneeuwhelling zijn.

donderdag 6 december 2012

Schone morgenster

Gisteren de Naardense Bijbel van Sinterklaas gekregen. Of heb ik hem nu aan mezelf gegeven - want ik was geloof ik zelf de Sinterklaas en gaf hem weg aan mijn betere helft. Maar dan geef je hem toch eigenlijk weer aan jezelf... Maar dat geeft niet, als je er allebei blij mee bent.
Hij zal vast wel meer geschonken zijn en deze maand nog geschonken worden, want de speciale prijs van € 49,50 maakt dat wel erg aantrekkelijk.

Naardense bijbel: Oussoren, Pieter, 9789490708528 









Een fraai boekwerk, en een vertaling die toch veel te bieden heeft. Ik zeg 'toch', omdat ik van het vertaalprincipe eigenlijk niets moet hebben. Vertalen is het origineel zo in een andere taal weergeven dat de nieuwe lezer zoveel mogelijk dezelfde ervaring opdoet en dezelfde inhoud aangereikt krijgt als de oorspronkelijke. Dan moet je dus niet aankomen met een soort mengvorm, in het geval van de Naardense Bijbel een soort mystieke mengeling van Hebreeuws c.q. Grieks en Nederlands. Maar dat gezegd zijnde, en met andere vertalingen bij de hand, biedt deze vertaling wel iets wat geen andere vertaling biedt: de weerklank van de grondtaal in het Nederlands. Je ziet verbanden die je anders beslist zou missen. En je gaat weer heel goed kijken naar wat er nu echt staat.

Dit Bijbelgeschenk geeft mij tevens het duwtje dat ik nog nodig had om een voornemen tot daad te brengen: elke dag achter mijn computer beginnen met het bloggen van een mooi citaat uit een boek dat net uit is, dat ik ergens tegen kwam, uit een door ons in Franeker uitgegeven boek - kortom: elke dag een mooi citaat.

En dan ligt voor het eerste citaat wel voor de hand om de opening van de Naardense Bijbel te kiezen, Genesis 1:1: "Sinds het begin is God schepper van de hemelen en de aarde." Een vertaling die meer vragen oproept dan ik op dit moment zelfs maar stellen kan, maar die wel meteen aan het denken zet. Wilt u er graag wat over lezen dan kan dat in het boek Van aanschijn tot zaaizaad, met achtergronden en reacties op de Naardense vertaling.

En dan nog even mijn tweede voornemen: behalve een mooi citaat ook een punt om dankbaar voor te zijn, naar aanleiding van Ann Voskamps Duizendmaal dank. Vanmorgen is dat: dankbaar voor de fraaie lichtende morgenster vanochtend vroeg stralend boven een besneeuwde wereld.

En over de morgenster gesproken, die straalt niet alleen licht uit - hij kan ook fabelachtig mooi klinken, zoals hier in Praetorius' Wie schön leuchtet der Morgenstern. Daar kom ik vast nog wel een keer op terug - want die Praetorius raakt mij diep, en ik heb het grote voorrecht deze muziek momenteel te mogen zingen voor twee concerten vlak voor Kerst.


vrijdag 23 november 2012

Duizendmaal dank

Het is weer eens een heerlijk hectische week.
Heerlijk hectisch is natuurlijk ook altijd wel dubbel. Want door de vele dingen die de actualiteit oplegt blijven er ook veel zaken liggen. En dan komt altijd die lichte jaloezie richting vliegtuigpiloten weer op: als die geland zijn is hun werk af! Geen: och, die laatste 200 km. red ik vandaag niet meer, dat moet dan morgen maar...

Maar veel dingen tegelijk geeft ook wel veel energie.
Deze week komt Ann Voskamps Duizendmaal dank uit. Een boek waar ik zelf zeer door geraakt ben, zozeer dat ik de vertaling zelf heb gemaakt. Dat maakt het wel spannend! Afgelopen zaterdag hoorde ik tijdens een concert in Leeuwarden de prachtige mis voor dubbelkoor van Frank Martin. Dat stuk schreef hij in 1922, maar hij wilde niet dat het werd uitgevoerd. Ik snap dat wel een beetje, want je maakt jezelf kwetsbaar.

Maar voor dit boek van Ann Voskamp heb ik dat graag over. Ik las het vorig jaar zomer in de trein naar Rome, waar ik voor een totaal ander uitgeefproject heen mocht: het Grimani-Brevier (nog niet uitverkocht!). Ik was van Voskamps boek, One Thousand Gifts, zeer onder de indruk. Zo bijzonder van taal en stijl - maar vooral: zo diep-rakend in de verbinding van een leven in de vreugde van God met de harde, rauwe dagelijkse werkelijkheid!


En nu is het er dan in het Nederlands. Boekhandels in het hele land werken enthousiast mee, mensen die stukken hebben gelezen zijn erdoor geraakt. Wil je een eerste hoofdstuk lezen, ga dan naar de website over het boek. Goeie kans dat je door wilt lezen. Voor 16,90 kan dat. Goeie kans dat je vervolgens allerlei mensen in gedachten komen die het ook zouden moeten lezen. Zo verging het mij ook (zoals je soms naar een preek luistert en denkt: goeie preek voor die en die...) (maar naar deze preek probeer ik zelf ook te leven!).

Nou, zover eerst maar eens. Want de hectische week moet nog even worden afgerond.

dinsdag 13 november 2012

De nieuwe aartsbisschop

Zou een vertrekkende bisschop invloed kunnen uitoefenen op wie zijn opvolger wordt? Die vraag kwam in mij op toen bekend werd wie de nieuwe aartsbisschop van Canterbury wordt.
Dat is bisschop Justin Welby van Durham.
Durham. Een stad die wel wat oproept.
Ik herinner me als de dag van gisteren dat ik in 1977 met de trein onderweg was van Hull naar Newcastle, waar ik een jaar zou gaan studeren. De bootverbinding IJmuiden-Newcastle was er nog niet. De mooie treinrit leidde via Durham, en die stad kom je dan op zo'n machtig mooie manier binnenrijden, met de kathedraal boven alles uit torenend.



En dan natuurlijk Welby's voorganger als bisschop, N.T. Wright. Uitgeverij Van Wijnen geeft zijn prachtige boeken uit. Kijk maar eens naar dit overzicht. We hebben nog wel overlegd over een bezoek aan Durham vanuit Nederland, maar dat is er niet meer van gekomen. Wright is inmiddels naar St. Andrews vertrokken. Onlangs bezocht Andries Knevel hem daar nog namens de EO.
Ik schat in dat een vertekkende bisschop zich in het algemeen verre zal houden van bemoeienis met zijn opvolging. Maar de verantwoordelijke benoemers zullen misschien toch rekening met de voorganger houden - en misschien hem zelfs raadplegen.
Hoe dan ook, al na iets meer dan een jaar wordt Wrights opvolger in Durham nu geroepen tot het hoogste ambt. Of hij nu een Wrightiaan is (als die al bestaan) of niet doet er eigenlijk niet zoveel toe. Welby brengt zijn eigen achtergrond en levensgeschiedenis mee; en die is indrukwekkend genoeg. En naar we mogen hopen en bidden zijn eigen door de Geest geschonken wijsheid. Die zal hij in dit ambt nodig hebben.

Wikipedia in het Engels over Welby.
RKK in het Nederlands over Welby.

vrijdag 9 november 2012

Engelse oostkust

Ach, wat wordt een mens meteen weer meegesleurd in de dingen die moeten gebeuren.
Onze nogal verlate zomervakantie (na de behoorlijk vervroegde van eind mei) viel in de herfstvakantie, en onze thuisreis is al weer een week geleden. Proberen vast te houden, die rust, is het aloude devies.
Dus nu eerst een rustig blogje, tussen de stapels op het buro.
Over de Engelse oostkust bij Aldeburgh eerst maar eens.
Wat doen jullie daar dan in Engeland, jullie hebben dat land intussen toch wel helemaal bekeken, vroeg een schoonzusje.
Tja. We staan in de eerste schemering op ons gemakkie op. Halen het versgebakken broodje uit de broodbakmachine, die lekker achterin de auto meegekomen was. Meteen ook smeren voor de lunch. Heet water mee, koekjes in trommeltje mee, oranje Ordnance Survey-kaart bekijken voor de route, en er op uit. Wat fotograferen tussen de oude mouterij-gebouwen van Snape Maltings: waarom is verval toch vaak zo mooi, herfst als het mooiste seizoen. Daarvan genieten we verder als we door en langs het gouden riet gaan wandelen, naar de kerk van Iken. Halverwege op een grote steen aan het water van de Alde ons eerste kopje koffie, een kleine zilverreiger vliegt langs met zijn aandoenlijke bungelende gele pootjes, een zeehond zwemt recht op ons af, geeft nog net geen knipoog. Waar smaken de Hema-biskwietjes lekkerder dan op zo'n plek? (Tja, ook meegenoemen, de Engelse economie heeft geen grote stimulans van onze bestedingen ontvangen.)
De lunch tussen opvliegende patrijzen in een wortelveld, vers worteltje tussen de pindakaasboterham, heerlijk! Weer even zoeken op de kaart, staat dit watertje erop, waar zijn we eigenlijk precies, o, kijk daar zit een witgatje langs de kant, hé, die worteltjes liggen helemaal los op de grond, jammer om te laten verpieteren, o, ook nog een aardappel, en ja, een paar kilometer verderop nog een berg uien, alleen de rookworsten liggen niet voor het oprapen, die zijn nog verpakt in varken, honderden varkens, kauwend op kiezels, nog nooit gezien dat varkens dat doen, op kiezels kauwen, terug naar Snape, de schemering valt al weer in, maar dat komt ook door een miezer-regentje, gauw lekker naar huis, hutspot koken, lange avond aanrommelen, boek, spelletje, zelfs een legpuzzel in de vorm van een mooie Sèvres-theepot - tja, wat doe je tijdens zo'n vakantie in Engeland?
En dan bij terugkeer mooie hectiek. Een schitterende Atlas De Wit verschenen die niet aan te slepen valt, nieuwe boeken van Arie van der Veer, van Tim Keller, van Ron de Vos. Heerlijk!


Atlas De Wit : Wit, Frederick de, 9789401401890 Bevrijd van je zelf : Keller, Tim, 9789051944532 Geloof dat maar : Veer, Arie van der, 9789051944501
Nederlandse fregatschepen en barken : Vos, Ron de, 9789051944525

woensdag 7 november 2012

Zilveren zeehelden

Op de allereerste Nederlandse postzegel waarop een persoon werd afgebeeld niet zijnde een lid van het Koningshuis stond Michiel de Ruyter, onze grote zeeheld. Dat was in 1907, in het herdenkingsjaar van De Ruyters geboorte. Na meer dan een eeuw is het thema nog altijd niet achterhaald: er komt opnieuw een postzegelserie met zeehelden, deze keer te beginnen met Piet Hein:


 

Deze keer dus niet De Ruyter als eerste. Zou Piet Hein zijn naam is klein inmiddels toch iets bekender zijn geworden dan de blauwgeruite kiel? Of wil PostNL met de man van de zilvervloot beginnen uit overwegingen van marketing. Want onze post brengt zelfs een gelimiteerde editie van de postzegel in zilver uit.

Ik ben benieuwd of de zeehelden nog altijd leven in onze samenleving. Boeken over Piet Hein verschijnen er nog altijd met een zekere regelmaat, zoals in 2010 dat van Graddy Boven. Ook voor wie alles over de zilvervloot nog eens wil nalezen is er een aardig boekje beschikbaar.

maandag 1 oktober 2012

Iona en Wright

Een feestje, de uitzending van Door de wereld-televisie van afgelopen zaterdag. Wij bekeken de aflevering wegens geen televisie via Uitzending gemist zondag tussen middagdut en middagdienst. Geweldig, die beelden van Iona, waar we vorig jaar zomer zelf waren. Dezelfde avond zag ik bij een bezoekje aan een gemeentelid een glimp van Curaçao, ook een bestemming van niet zo lang geleden. Leuk om even te zien, maar geen gevoel van: o, wanneer kan ik er weer heen. Dat hebben de Schotse eilanden bij uitstek wel. Die luchten, dat water, die kleuren, ze trekken bijna fysiek.
Maar minstens zo onderhoudend was het gesprek dat Andries Knevel in dezelfde uitzending had met N.T. Wright. Dit zijn toch wel programma's waarin ik Andries met genoegen volg. Enthousiast, hij weet waar hij het over heeft en hij krijgt zijn gesprekspartners aan de praat.
Nu moet je wel van goeien huize zijn wil je bisschop Wright niet aan de praat krijgen. Mooi om hem te zien vertellen over zijn theologische drijfveren. Over hoe hij aankijkt tegen het hiernamaals bijvoorbeeld, de kern van zijn boek Verrast door hoop. Of over wat de evangeliën nu werkelijk te zeggen hebben, over wat het koninkrijk van God betekent. Daarover gaat How God became king. Nog niet vertaald, want Wright is nauwelijks bij te benen, zoveel schrijft hij. Blij toe dat Andries hem even van het werk hield!

donderdag 6 september 2012

Yin Xiuzhen

Vorige week de stad Groningen aangedaan. Het ging eigenlijk meer om het Ommeland, want de bedoeling was een tweedaagse Groningen-Pieterburen te wandelen. Na het Noaberpad en het Zevenwoudenpad (inmiddels omgedoopt tot Friesewoudenpad) hebben we de lange-afstands-smaak aardig te pakken, en het eerste stuk van het Pieterpad (gids is in herdruk) is vanuit Franeker goed aan te reizen. Vooral met een neef in Winsum en een broer in Zuidlaren voor onderdak.
Maar vorige week ging de eerste etappe toch in rook op, of liever: in regen. Het leverde een dagje stad op, inclusief wat boekhandels, nieuw en antiquarisch. En het Groninger Museum, waar we ook weer voor boekenkasten kwamen te staan, gefabriceerd uit gedragen kleding door de Chinese kunstenaar Yin Xiuzhen.  Helaas tonen de foto's niet de achterkanten van de kasten - want dat zijn dan weer gewoon kleerkasten, waar de kleding naast elkaar gefrommeld ligt.






We hebben trouwens ook nog even in een Chinees autootje gezeten.





En de volgende dag was het prachtig weer, zodat we toch van Pieterburen tot Garnwerd zijn gekomen.



donderdag 16 augustus 2012

Groningse Dronrijper

En zo komen de praatjes in de wereld, zeiden we dan altijd bij ons thuis. In mijn vorige blog voer ik Ferenc Postma op als geboren Dronrijper, maar dat is hij niet. Hij kwam in 1951 met zijn ouders in Dronrijp wonen omdat zijn vader gemeente-ontvanger werd van Menaldumadeel. Maar geboren werd Postma in Groningen.
De 1200 boeken in de Postma-Gosker-Bibliotheek zijn trouwens 1200 titels, het aantal boeken is dus nog wel wat groter. Dat Postma nog niet klaar is met Franeker en zijn Universiteitsbibliotheek zal bij leven en welzijn over een aantal jaren blijken. Het supplement op zijn eerder met Jacob van Sluis gepubliceerde overzicht van academisch drukwerk uit Franeker (Auditorium Academiae Franekerensis) telt al weer enkele honderden nummers...

Franeker in Amsterdam

De Franeker-collectie, een mooi begrip. Elke combinatie tussen onze goede stad Franeker en mooie al of niet oude boeken is mij lief.
De Franeker-collectie zal echter door het leven gaan als de Postma-Gosker-bibliotheek, en dat mag natuurlijk ook wel. Ferenc Postma en Margriet Gosker hebben de boeken in de loop van vele jaren bijeengebracht en zij schonken ze aan de bibliotheek van de VU in Amsterdam.
Maar Franeker loopt er wel als een rode draad doorheen, door deze collectie. Postma vatte als geboren Dronrijper (ook de geboorteplaats van de in Franeker niet onbekende Eise Eisinga) en als een man met Hongaarse wortels in het bijzonder belangstelling op voor de rol van Hongaarse studenten aan de Franeker universiteit. In Franeker gedrukte boeken vormen de parels van deze collectie, zoals een Latijnse vertaling van de Hebreeuwse Psalmen door Johannes Coccejus. “Op verzoek van enige Hongaarse studenten” vervaardigd!
De circa 1200 boeken zijn nu dus aan de VU te raadplegen.

vrijdag 10 augustus 2012

Reclamebelasting

Ook in Franeker staat de vernieuwing nooit stil.
Zo hebben we al weer een tijdje elektronische borden bij de invalswegen staan, waar evenementen op worden aangekondigd.
En we hebben sinds vorig jaar een activiteitenbelasting die alle bedrijven in de binnenstad moeten betalen. 400 euro per jaar geloof ik, maar het kan ook 600 zijn. Voor winkels die het helemaal van winkelend publiek moeten hebben, maar ook voor een klein postzegelwinkeltje voor liefhebbers ergens achteraf, of voor een buro dat cursussen organiseert via internet, of voor een landelijk opererende gespecialiseerde verzendboekhandel: als je een vanaf de openbare weg leesbaar naambordje hebt, dan betaal je mee.
Nou ja, als je dan ook maar ergens aan meebetaalt, dan heb je nog iets voor je geld.
Maar in hartje toeristenseizoen vermeldt het mooie elektronische reclamebord op dit moment precies één activiteit: het Fuel Power Event in het dorp Tzum rond 1 september. Gezelligheid, spanning en sensatie met trucks en tractoren voor jong en oud. Vermoedelijk niet gesubsidieerd uit de reclamebelasting. Wat zou er dan wel uit die reclamebelasting betaald worden? Een paar kraampjes bij elkaar geveegd op een zomeravondmarkt onlangs? De kermis met tien of vijftien rondhangende kinderen? Niet heel erg inspirerend allemaal.
Terwijl Franeker zoveel te bieden heeft. Wie op dit moment vanuit Harlingen binnenkomt ziet bij het binnenrijden van de binnenstad het fraaie oude klooster waar in 1585 de Franeker Universiteit werd gevestigd. Begrijpelijk dat vanuit de bevolking de roep klinkt om dat aanzicht zo te laten en er geen gebouwen voor te zetten, zoals nu de bedoeling is. Maar wat als we het gebouw mooi in het zicht laten staan? Dan zal men er ook graag binnen willen kijken. De sfeer proeven van de oude universiteit.
Dat kan. De gang met oude balken, de ruimte waar de snijkamer was, werkplaats voor de medische faculteit. De bibliotheek, arsenaal van alle wetenschap.
En toch kan het niet. Ik weet niet aan hoeveel projectontwikkelaars deze gebouwen in de afgelopen jaren al verkocht zijn. Wel is de omgeving al grondig bedorven door een rijtje zuinige en vooral erg saaie eensgezinswoninkjes te plaatsen, en een rij garageboxen die het zicht op de prachtige binnentuin geheel benemen.
En verder is het allemaal nu in bezit van de Zorggroep Noorderbreedte. Het laatste wat ik heb gehoord is dat die de ruimten in het klooster als cursusruimte willen gebruiken. Nou ja, dan zien tenminste sommige mensen er nog eens iets van. Maar het blijft een tragische wijze van omgaan met cultureel (én toeristisch) erfgoed.
Of het allemaal te laat is? Zou de crisis nog iets kunnen redden? Noorderbreedte zou misschien dezelfde zorg die men in de nieuwbouw wil bieden ook elders kunnen aanbieden (Groot-Lankum?). Dan maken we van de vrijvallende ruimte een mooi park, en het klooster richten we weer in zoals het er tijdens de universiteitsperiode uitzag. Daar willen we als Franekers best reclamebelasting voor betalen!

dinsdag 7 augustus 2012

Schoonheid uit tegenslag

Zo langzamerhand raak ik de klanken van Purcells Dido and Aeneas wat kwijt uit mijn hoofd. In de ochtendstond worden ze verdreven door de melodie waarop John Taverner zijn Western Wind Mass baseerde. Helaas begint de CD in mijn eenvoudige wekker telkens weer van voren af aan, dus binnenkort moet er maar eens een nieuwe in.
Die Purcell bleef lang hangen na een koorweek in Orvelte met afsluitende uitvoering in Oosterhesselen. Wat een heerlijke muziek. Het project van Consort 99, waarin koorzangers en schildercursisten samen een week doorbrengen en aan het eind hun werk presenteren, leverde me mijn eerste operarol op sinds de hoofdrol in de wereldpremière van De rijke bramenplukker van Ruud Waagmeester, in mijn studententijd, gebaseerd op het fraaie sprookje van Godfried Bomans. Deze keer was mijn bijdrage erg bescheiden: de First Seaman in deze opera heeft nog geen halve minuut alleen te zingen voordat het hele koor mee gaat doen.
Maar samen zingen is eigenlijk ook veel mooier. Door omstandigheden kon de zangeres die Dido zong maar beperkt meewerken, terwijl de Aeneas-zanger de dag voor de uitvoering ziek werd. Zo werd het dus een Dido and Aeneas zonder Dido en Aeneas... Een van de noodgrepen was het laten zingen van Dido's aangrijpende klacht aan het eind door alle sopranen samen, en dat werd een prachtig hoogtepunt. Hoe uit tegenslag iets moois kan groeien!

donderdag 26 juli 2012

Film kijken

Vandeweek weer een zomeravondwandeling gemaakt. Dat verschijnsel bestaat uit een uurtje wandelen met zoveel leden van onze kerkelijke gemeente als mee willen, en dan koffie, thee of fris bij een gemeentelid als eindpunt. Een van de trouwe deelnemers staat er overigens op het een simmerjûnkuier te noemen - maar hij is nog niet zo ver gegaan dat als we de Nederlandse naam blijven hanteren, dat hij dan niet meer meeloopt. (Hij komt uit de buurt van Rotterdam - over integratie gesproken.)
Twee middelbare scholieren vertelden tijdens het wandelen van een gezamenlijke onderneming: het schrijven van een musical. Het verhaal speelt zich af op een boerderij en dieren spelen de hoofdrollen. Ik vroeg of George Orwells Animal Farm hen had geïnspireerd. (Een boek dat tot mijn verbazing op dit moment in het Nederlands niet nieuw leverbaar is. Is Orwell uit de tijd? Misschien maar eens duiken in Orwells tijd met behulp van Th.J. Hoonings George Orwell in zijn tijd.) Nou, dat boek hadden ze in de klas inderdaad wel behandeld. En wel door classicaal de film te bekijken.
De film! Wat is er mis met het lezen van een boek? Wel, dat achtte de docent toch wat minder praktisch, alle leerlingen een boek uitdelen of laten kopen en dan classicaal gaan zitten lezen. En daar kun je je zelfs als uitgever wat bij voorstellen. Bovendien, na de film volgt vaak later alsnog het boek. De verhalen zijn bekend van uitgevers die in de begintijd van de film het einde van het boek voor zich zagen. Een Italiaanse uitgever schijnt bij het uitkomen van de verfilming van Gone with the Wind tot aan de Hoge Raad geprocedeerd te hebben om de vertoning in Italië te verbieden. Intussen hebben uitgevers van romans allemaal één grote droom: dat een van hun boeken verfilmd wordt.
Daarmee wil ik niet zeggen dat ik ervan overtuigd ben dat intussen een handvol leerlingen het boek van Orwell al zal hebben aangeschaft. (Zeker niet als het niet leverbaar is.) Maar wat wel onmiskenbaar waar is, is dat twee leerlingen inmiddels een musical aan het schrijven zijn. Zonder roman geen verfilming, zonder film geen muscialschrijvende leerlingen, zonder schrijvende leerlingen geen nieuwe schrijvers, zonder nieuwe schrijvers geen nieuwe romans voor nieuwe lezers en nieuwe verfilmingen.
Laat ze maar filmkijken!
Ik heb meteen maar gevraagd of ze al iemand hadden voor de rol van Big Brother.
Maar ik was even in de war. Dat is dat andere boek van Orwell. (Wel leverbaar.)

donderdag 5 juli 2012

Noaberpad: paradijsje voor vogelliefhebbers



Jongens, jongens, het is al weer drie weken geleden dat we terug kwamen van onze wandelvakantie door het gebied dat mag gelden als het best bewaarde geheim voor wandelend en vogelminnend Nederland: Oost-Groningen.
De Lange Afstand Wandelroute het Noaberpad begint er, in Nieuweschans, en de route zakt dan langs en steeds ook even over de Duitse grens af door Groningen, Drenthe, Twente en de Achterhoek naar Kleve. Wat een prachtig gebied, en wat een prachttijd om er doorheen te wandelen: eind mei/begin juni.
En wat een vogels!
In drie dagen tijd hadden we al meer dan tachtig verschillende soorten gehoord of gezien, heel wat gewoon op of vanaf ons boerencampinkje. Kwikstaarten in verschillende kleuren bij duizenden, overal en voortdurend geelgorzen, koekoeken, zwartkoppen, tuinfluiters, braamsluipers (die we gek genoeg hoe lager we kwamen steeds minder of geheel niet meer hoorden), grasmussen, teveel om op te noemen.
Overigens hebben we wel even gesmokkeld, door een dagje Dollard er tussen te voegen. In de hoop grauwe kiekendieven te zullen zien vliegen, wat niet gebeurde (wel een blauwe). Maar natuurlijk wel veel watervogels, en ook prachtige rietvogeltjes, zoals de blauwborsten die als mussen om ons heen dwarrelden op het paadje door het riet naar het kijkscherm op Punt van de Reide.
Die grauwe kiek kwam overigens later, en wel gewoon in Bellingwolde, waar we kampeerden. Gespot door Marion vanuit de bus, en zeker gesteld door na het eten nog even naar het betreffende veldje te fietsen – waar hij prachtig opvloog en verdween in de richting van… onze camping. Later tijdens de wandelroute kregen we er als bonus nog een te zien, een juveniele, in het Bargerveen.
Het mooie van LAW’s is dat ze waar mogelijk door natuurgebieden voeren, en als het ook maar even kan niet over asfalt of op plekken waar auto’s de rust verstoren. Dat lukt vooral in het Oost-Groningse wonderwel. We liepen soms twintig kilometer met hooguit 500 meter over wegen, en dan nog vaak hele kleine weggetjes. Heerlijk om aan de rand van een weitje met zuring en klaver tijdens je boterhammetje ineens het kwikpedit van de kwartel te horen. Om de oeverzwaluwtjes hun insecten van het wateroppervlak te zien pikken, een oeverloper te zien wippen, in een stukje bos een fluiter te horen stuiteren, over de hei te wandelen en boompieper en boomleeuwerik te horen zingen. Een wegschietende valk konden we net niet meer zeker tot boomvalk verklaren, maar die kwam later in het Buurserveen nog fraai jagend langs, en daarmee hadden we alle vijf boomvogels (dus ook boomklever en boomkruiper, die laatste overigens maar weinig) te pakken.
Een van de hoogtepunten was een paar uur Bargerveen, waar het Noaberpad ook dwars doorheen gaat, maar waar wij een rondwandeling deden. Daar zwom nota bene op een plasje ineens statig een wilde zwaan! Ook zagen we er verschillende grauwe klauwieren op jacht, en prachtige gekraagde roodstaarten. Het Zwillbrocker Venn, ook aan het Noaberpad, leverde flamingo’s op, maar daar scharrelde ook een heilige ibis rond. We zijn geen puristen, dus ook die telt bij ons mee. Een laatste hoogtepunt aan de route was de Bekendelle, een schitterend bos met een beek erdoor. Hier voelen grote gele kwikstaart en ijsvogel zich thuis, zei de routegids. Logisch, gezien de hoge zandwallen en de kleine strandjes. Maar dat we bij het betreden van het gebied het fotograferen van de watermolen meteen moesten afbreken voor een landende grote gele, en het bewonderen dáárvan weer voor het zien wegschieten van een flitsend ijsvogeltje – dat ervoeren we toch wel als een moment van humor van de Schepper.

We zijn dus geheel en al ingepakt door het LAW-wandelen. De gids voor het trekvogelpad (LAW 2) hebben we maar vast gekocht. En toen bleek dat die route zo ongeveer door de Doornse achtertuin van mijn oudste zus loopt, en dan na twintig kilometer ook nog eens door Elst, waar mijn moeder woont, toen was de laatste etappe van onze vakantie en de eerste kennismaking met dit nieuwe LAW wel erg voordehandliggend.Goed voor nog wat uilen (ransuil en bosuil) en als uitsmijter in de Amerongse Bovenpolder een kwartelkoning.



En welk boek moest er deze keer aan geloven? Een van de meegenomen leesboeken krijgt elke vakantie de eer om naast leesboek ook vogelnotitieboek te worden. Deze vakantie was het Pieter Boths boekje Dag zeggen. Iemand die het hoorde zei: bijzonder dat een boekje over afscheid nemen de bruisende variatie van de natuur in zich mag opnemen. Alle 121 soorten die we tegenkwamen staan erin. Nét één minder dan tijdens onze kustvakantie van 2005 naar Noord-Frankrijk. Die hebben we, als ik me niet heel sterk vergis, genoteerd in A Life of Jesus van Shushaku Endo. Maar ik kan het niet nakijken want dat boek heb ik volgens mij aan iemand uitgeleend – maar aan wie? Aan u, lezer? Dan hou ik me aanbevolen voor teruggave!

dinsdag 3 juli 2012

Grimani in Den Haag

Gisteren een mooie bijeenkomst in de Koninklijke Bibliotheek. Voor een impressie verwijs ik door naar de blog van Lucie Vermij, hoofdredacteur van Boekblad. Bestellen? Kijk op de Grimani-website! Zou ik 'm zelf kopen als ik het geld ervoor had? Ik geloof het niet. Maar sinds ik 'm als zichtexemplaar in huis heb en hij dus tastbaar aanwezig is, vind ik de hoge prijs niet vreemd meer - en ook niet dat iemand er zo compleet voor valt dat de koop binnen tien minuten gesloten is. Bent u in de buurt en wilt u stiekem toch even kijken? Laat het maar weten.

vrijdag 29 juni 2012

Geen grutto's

De roeping van christenen in een gebroken schepping. Daarover sprak dogmaitek-hoogleraar Barend Kamphuis tijdens de conferentie Rijk en groen van A Rocha Nederland. Hij refereerde aan de grutto's die hij als jongen overal om zich heen zag en hoorde, en nu nauwelijks meer. En hij verbond die waarneming met zijn geloof. De geschapen wereld was goed, is bedorven door de in zonde gevallen mens, maar wordt weer verlost door Hem die voortdurend blijft scheppen. Dat proces is aan de gang; inzet van christenen voor de natuur is goed en van belang, maar de hemel op aarde is het nog niet.
Toch kan het wel degelijk als een stukje hemel op aarde voelen als je het voorrecht mag beleven op de fiets naar je werk te peddelen en dan zomaar even zonder met een verrekijker te hoeven turen een dikke dertig verschillende vogels hoort en ziet. Akkoord, ik rij een beetje om via het Hitzumer Binnenpad, maar toch heus niet zo'n eind.
En, het zij toegegeven, grutto's zaten er niet bij.

vrijdag 22 juni 2012

Nacht

Twee winnaars tijdens de Nacht van de Theologie. Ook nog iemand die een prijs kreeg voor zijn hele oeuvre, Huub Oosterhuis - en je vraagt je af of er nu ook elk jaar een oeuvreprijs komt, maar wie zou je die dan na Oosterhuis moeten geven. En verder nog iemand die het best gekleed was - maar de jaarprijzen waren voor twee heren die we zeker geen outsiders zouden kunnen noemen, al zal lang niet iedereen gedacht hebben dat Gerben Heitink als winnaar uit de bus zou komen.
Aardig was om in de auto terug naar Franeker Erik Borgman en Gerben Heitink beiden te horen uitleggen dat ze eigenlijk niet zo dol zijn op bijeenkomsten als de Nacht van de Theologie. Toch waren ze er. Ik ken nog wel zo iemand - en als je er dan bent en met genoegen tafelt met aardige mensen en mooie muziek hoort en ontroerd wordt door intens gezongen intense teksten:

Wat ik gewild heb wat ik gedaan heb
wat mij gedaan werd wat ik misdaan heb
wat ongezegd bleef wat onverzoend bleef
wat niet gekend werd wat ongebruikt bleef
al het beschamende neem het van mij.
En dat ik dit was en geen ander,
dit overschot van stof van de aarde:
dit was mijn liefde.
Hier ben ik.

... dan heb je een mooie avond.

woensdag 9 mei 2012

Sta op, Jeruzalem


‘We zijn nog naar een mooi concert geweest in De Spiegel,’ zei collega Albert vorige week. Het Nederlands Kamerkoor deed inderdaad niet alleen Leeuwarden aan, maar ook Zwolle. Dat betekende dus samen nagenieten van vooral Bachs Actus Tragicus. In mijn Friesch Dagblad-recensie schreef ik er dit over: “Het blijft een ronduit verbijsterend stuk muziek, de inleiding op Bachs Cantate 106, 'Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit'. De elkaar omspelende blokfluiten ondersteund door gamba's nagelen je vast aan je stoel: wat er precies gebeurt is nauwelijks vast te stellen, complexe eenvoud die tot lichtvoetige diepgang leidt.” Maar ook Carlo Gesualdo maakte indruk, in feite nog veel geschiktere muziek voor zo’n grote kerk. Intrigerend in het programma vond ik dat in twee werken in het programma de oproep Sta op, Jeruzalem voorkwam, maar in tegengestelde zin. In Gesualdo’s tweede motet voor de Goede Week: Jerusalem surge, Sta op, Jeruzalem/En leg je feestelijke kledij af/Kleed je met as en met een geitenharen kleed/Want in jou is de Verlosser van Israël vermoord. En na de pauze in Ton de Leeuws Elégie pour les villes détruites: Lève-toi, Jérusalem, toon je schitterende pracht.
Boeiend om verder over na te denken, te bekijken hoe dit Sta op, Jeruzalem in de bijbelse profeten voorkomt.
            Jacobus Revius dicht in elk geval over het bedroefde Jeruzalem: Jerusalem laet u twee oogen weynen/Als dach en nacht opwellende fonteynen/Laet drogen niet u vlottende gesicht/Eer dat de Heer u weedom heeft verlicht… Stort uit u hert gelijck een watervloet/Voor die u druckt en die u heelen moet.
            Ik kom op Revius nu Enny de Bruijn een nieuwebiografie heeft geschreven, waarop ze gisteren promoveerde. Een evenement, volgens Herman Selderhuis. Het boek gaat ons beeld van Revius flink verbreden is mijn indruk. We kijken de man in het hart, en lezen bij Enny dat juist daar ten diepste Revius’ strijd werd geleverd.
            Komt ons beeld van mensen niet altijd scherper te staan als we hen echt in het hart kijken?

vrijdag 27 april 2012

Missionair

Eerst maar even over de staat van ons land. Na het akkoord van gisteravond over de bezuinigingen zal het Nederlandse volk volgens mij op de banken staan van enthousiasme als de vijf akkoord-partijen nu gewoon verder gaan regeren. Niks geen verkiezingen, gedoe, gekrakeel - regeren! Mijn voorstel is een zetelverdeling in het kabinet van 5/4/1/1/1. In plaats van mevrouw Spies (sneu na zo'n korte periode, maar iemand moet het offer brengen) zetten we namens D66 Joris Voorhoeve - kan natuurlijk ook heel goed i.p.v. Hillen. In plaats van mevrouw Schippers zetten we namens GroenLinks Femke Halsema. En Carola Schouten dan maar op Economische Zaken. Dat zou een echt mooie afscheidsgeste zijn van Maxime Verhagen. Opluchting alom.

En intussen hier in Franeker door met een aantal mooie projecten. Het boek van Miroslav Volf over de islam moet af, we zijn met hem aan het overleggen of hij rond de Nacht van de Theologie naar ons land kan komen. Iets totaal anders is een klein boekje over de veerbootoorlog tussen EVT en Doeksen, waar geen eilandganger nog iets van snapt - maar na lezing van ons boekje van Marcel Metze zal het iedereen duidelijk zijn.

Het boekje moet voor onze vakantie wel klaar en die staat gepland voor eind mei; of ons VW-busje dan al klaar zal zijn is weer een andere vraag, want daar moet nog heel wat aan verspijkerd worden - zij het niet zoveel als aan het schitterende oude beestje dat halverwege dit filmpje over het Kinshasa Symphony Orchestra langs komt.

En we werken al weer aan het najaar, met nieuw werk van Tim Keller en onze bestverkopende fictie-auteur Tamera Alexander (door collega Albert ook al uitgenodigd om naar Nederland te komen).

We vervelen ons hier niet en zijn nog niet van plan demissionair te geraken!
Ook niet marginaal overigens: zie Missionair en marginaal, een van de genomineerde titels voor de Theologie Publicatieprijs 2012. Ze staan allemaal op onze Nieuwsbriefpagina bij Wever Van Wijnen.

vrijdag 13 april 2012

Nacht

Vanavond is de Nacht van de Filosofie. Ik zal er niet bij zijn. Nachten zijn er voor de nachtrust. (Al maken we dit jaar zoals het nu staat een uitzondering voor de Nacht van de Theologie.) 
Heerlijk om niet te hoeven. Met dit stralende weer moeten we naar buiten! Zelfs geen blogs schrijven. Hopelijk binnenkort weer wat slechter weer...

maandag 19 maart 2012

Je ruikt de boeken

Vorige week was fotograaf Sjaak Verboom bij ons in Franeker over de (oude houten) vloer. De moeite waard om op zijn site rond te kijken: mooie series, met veel kerk en geloof erin. Hij zette collega Albert de Vos en mijzelf op de foto voor het Reformatorisch Dagblad. Die krant wijdde een verhaal aan de serie De Bijbel voor iedereen van Tom Wright, die geleidelijk aan aan het groeien is bij Uitgeverij Van Wijnen. Mooie, toegankelijke maar verre van oppervlakkige bijbeluitleg, die steeds meer mensen aan het ontdekken zijn. Er zijn inmiddels delen over Mattheüs (deel 1 en deel 2), Marcus, Romeinen (deel 1 en deel 2) en de gevangenisbrieven Efeziërs, Kolossenzen, Filippenzen en Filemon.
Sjaak koos er voor de foto op een van de zolders van het antiquariaat te maken. Naar men mij zegt twitterde hij na afloop enthousiast over de geur die er hing. Op de foto bij het RD-verhaal zie je de geur zo ongeveer hangen. Omdat ik sneuf ben (geleerde term: anosmisch) moet ik het trouwens ook wel hebben van geur die je ziet hangen...

vrijdag 16 maart 2012

Ongemakken, nee: vreugden

Het is Boekenweek. 'Vriendschap en andere ongemakken' is het thema. Wat is dat toch in onze cultuur, dat we van zo'n thema vriendschap niet gewoon iets voluit blijs en moois kunnen maken, maar dat het dan weer een ongemak moet heten. Ironie als hoogste deugd - en het vindt zijn verdere weg dan ook nog zo vaak als cynisme.
Boekhandel Wever Van Wijnen heeft het thema in elk geval maar veranderd in 'Vriendschap en andere vreugden'.
Bij de Boekenweek hoort ook het Boekenweekgeschenk. Een historische gebeurtenis in fictie gegoten door Tom Lanoye. Een beetje zoals het boekje van Kees 't Hart over gebeurtenissen rond de sluiting van de Franeker Universiteit dat we vorig najaar in onze goede stad Franeker uitgaven: Het beeld van Goethe. Ik hou daar wel van: wat is werkelijkheid, wat heeft de schrijver bedacht en ingevuld. In het boekje van Lanoye komen scenes voor met historische personen, en die zijn intrigerend en overtuigend. Lanoye kan schrijven en zijn geschenk is dan ook lovend ontvangen. Zelf vond ik er ook wel behoorlijk banale stukken inzitten, en het weggeven houdt dan ook altijd wel iets dubbels. Dan zijn er nog wel andere boeken die we onze relaties mee zouden willen geven.
Maar ja, de wereld ziet niet altijd zo in elkaar als je het graag zou zien. In het verleden hebben we als boekhandel onze boekenweekkopers wel de keus geboden tussen het officiële Boekenweekgeschenk en het actieboek van de BCB, ook wel 'christelijk boekenweekgeschenk' genoemd. Daar kwam dan uit dat er minder dan een handvol voor het alternatief kozen. Deze keer hebben we dat alternatieve geschenk dus maar gewoon voor de nog altijd weggeefprijs van € 4,95 op de site gezet. Want hij is wel de moeite waard, de detective Aslander van Rien van den Berg. Nog niet eens zozeer als detective: dat blijft toch wel een erg lastig genre om overtuigend te maken. Kun je als lezer geloven dat die moordenaar zijn moord zou plegen? Kun je de redeneringen volgen die leiden tot de oplossing van de moord? Maar het is wel heerlijk om een boek te lezen dat ergens over gaat, waarin mensen praten zoals mensen praten, en dat je graag uit wilt lezen. Ik heb het op ons laptopje gelezen (mijn eerste e-boek) omdat ik uit anderen hoofde contact met Rien van den Berg had (hij komt in mei in Franeker preken) en hij een conceptversie vast toemailde. 'Je wilt het toch wel graag uithebben,' constateerde mijn geliefde die mij erin verdiept zag. Dat was zo. En dat is nog altijd het beste compliment voor een boek.

donderdag 23 februari 2012

Verkouden in lijdenstijd

Vandaag voor de vierde achtereenvolgende dag thuis wegens een hoofd vol koortsige verkoudheid. Ik kan me niet heugen dat me dat in mijn werkzame leven van inmiddels toch meer dan dertig jaar eerder is overkomen, en dan mag een mens zich toch wel gezegend noemen! Tegelijk is zoiets dan ook wel wennen. Je snapt nu wat mensen bedoelen als ze zeggen dat ze een jas hebben uitgetrokken en dergelijke uitdrukkingen, na een flinke griep. En dan heb ik op z'n hoogst een dun hemmetje uitgedaan.
Vannacht geprobeerd om, in de geest van Ann Voskamps One thousand gifts, te danken voor Gods goede gaven, maar het spookte allemaal teveel. Totdat ik de woorden vond van een van de mooiste recitatieven van Bach, uit cantate 127:
Wenn meine Zunge nichts, als nur durch Seufzer spricht
und dieses Herze bricht:
Genug, dass da der Glaube weiss,
Dass Jesus bei mir steht
Der mit Geduld zu seinem Leiden geht
Und diesen schweren Weg auch mich geleitet
Und mir die Ruhe zubereitet.
Over dat geduld waarmee Jezus zijn lijden tegemoet gaat zou natuurlijk nog te twisten zijn, als we aan Gethsemane denken, maar de gedachte dat hij ons op onze weg geleidt en dat hij die weg zelf gegaan is bemoedigde wel.
En, ik herhaal het nog maar even: dan heb ik het nog maar over een verkoudheid! (Die je vervolgens natuurlijk best in de weg kan zitten.)
Die cantate, althans het openingskoor gevolgd door het genoemde recitatief, geef ik graag mee aan het begin van de lijdenstijd. Dat openingskoor staat helemaal in het teken van de eerste regel van het koraal dat in de cantate centraal staat: Herr, Jesu Christ, wahr Mensch und Gott. De melodie van die eerste regel hoor je voortdurend links en rechts, onder en boven klinken. En in de begeleiding speelt het orkest er dan nog de melodie van het koraal Christe, du Lamm Gottes doorheen. Waar mens en waarlijk God en tegelijk lam dat geofferd wordt - het wordt in de woorden die de tenor direct na het openingskoor zingt verbonden met ons eigen leven als we het zwaar hebben: als mijn tong alleen nog maar kan zuchten en mijn hart breekt, dan is het mij genoeg te weten dat Jezus mij bijstaat, Die met geduld zijn lijden tegemoet gaat, en ook mij op deze zware weg geleidt, en voor mij de rust toebereidt. Op het woord Ruhe is er dan ineens weer een ontroerend klein ariaatje, pure uitgezongen dankbaarheid.
Het is nog een klein eerbetoon aan de onlangs overleden Gustav Leonhardt dat ik deze muziek graag laat horen. Het is zijn uitvoering die we hier horen.
Ik wens iedereen veel zegen en vreugde en rust, de komende veertig dagen.

dinsdag 31 januari 2012

Licht

Hare majesteit viert vandaag haar verjaardag en mag zich weer een golf van gissingen laten weggevallen of ze vandaag haar aftreden aankondigt. Ik ga ervan uit dat ze als ze zover is in de dagen daarvoor eerst nog een of andere benoeming doet die de media dan kunnen interpreteren als een signaal dat haar abdicatie aanstaande is. Anders is het ook zo sneu voor de royalty watchers. Ik hou het er maar op dat de vraag rond majesteits aftreden een mooie voorafschaduwing is van het moment van de wederkomst van de Heer: van die dag en dat uur weet niemand. En verder sta ik vooral stil bij de verjaardag van mijn jongste broertje. Ook al weer 53!
    De uitnodiging om die verjaardag te komen vieren in Dover kon hij helaas niet aannemen. We hadden nog best ruimte in het East Cottage van de South Foreland-vuurtoren. Wat een uniek plekje om een lang weekeinde door te brengen. Onbegrijpelijk dat zo’n onderkomen niet al jaren vantevoren gereserveerd is. Als u het niet verder vertelt geef ik u de link.
    De eredienst vierden we zondag in de kathedraal van Canterbury. Het was Candlemass, de herdenking van de presentatie van Jezus in de tempel, die in de dienst gepaard ging met een processie van het koor naar het schip met kaarsjes in de hand. We gedachten hoe het Licht der Wereld voor het eerst naar de mensen toekwam. De bisschop van Harare preekte en legde uit hoe het feest een bijzondere combinatie vormt van vrede en strijd: Simeon die in vrede kan heengaan nu hij de Heer heeft gezien, en Maria die een zwaard door haar ziel krijgt aangezegd. Dat zwaard ervaren de gelovigen in Zimbabwe op dit moment sterk. Ik had daar helemaal niet van gehoord, maar er worden in Zimbabwe kerken gesloten en christenen vervolgd. De bisschop gaf een indrukwekkend getuigenis van kracht in zwakheid.
    Terug op de White Cliffs of Dover werden we keer op keer stil van het licht, dat tussen de wolken door over de zee werd gestrooid. Beelden die je met je meedraagt het werk weer in.
    Vandaag overigens rustig kunnen werken: ik ben geen rayonhoofd.

vrijdag 20 januari 2012

Leonhardt en Van Lodensteyn

Veel mooie in-memoriams over clavecinist (dat is hij toch vooral geweest) Gustav Leonhardt deze week. Streng, sober, dat is het overheersende beeld, met hier en daar nuances, zoals dat hij van snelle auto’s hield. Dat hij geen uitbundig mens was is waar. Ik heb hem ooit in zijn huis Bartolotti in Amsterdam mogen interviewen (ik zal kijken of ik het interview, uit 2000, nog kan vinden, dan plak ik het onder deze blogpost) en dan zat je echt niet te schateren in die hoge kamers. Hij schreef een uitverkocht boek over dat huis, en ook een boek over oude Amsterdamse huizen en hoe ze bij restauraties behandeld zijn.
Toch was er bij Leonhardt ook een passie en een vuur waar te nemen dat diepe indruk kon maken. Ik herinner me een concert in Vredenburg (waar hij eerst niet wilde spelen, in zo’n blok beton). Hij speelde Franse barok en ik zal het beeld niet vergeten van hoe hij een paar keer het broze clavecimbel bijna als een tijger besprong.
Ook is me altijd bijgebleven, en ik heb het vaak aangehaald, hoe hij in een interview een keer de vloer aanveegde met de gedachte dat wij Bach nu veel mooier kunnen spelen dan hijzelf het ooit gehoord heeft, met die jochies van de Thomasschool waar hij altijd op mopperde en die een cantate in enkele dagen moesten instuderen van velletjes papier waarop de inkt nog nat was. Kijk gewoon eens naar een wandtapijt zoals dat hier hangt, zei Leonhardt. Zo volstrekt verfijnd! Denk maar niet dat mensen in de tijd van Bach zeiden: och, daar mogen best wat steekjes loszitten. Dat zou Bach met zijn muziek ook echt niet geaccepteerd hebben. Bovendien waren die jongens op Bachs school zo compleet vertrouwd met zijn muziek en muziek in het algemeen, die lazen de noten van Bachs cantates makkelijker dan onze jeugd een stripboek (dit laatste zijn mijn eigen woorden trouwens). Overigens ontkracht Leonhardt in zijn interview uit 2000 dit verhaal zelf weer (zie hieronder, ik heb het gevonden), en moet Jos van Veldhoven het voor de kwaltieit van Bachs eigen uitvoeringen opnemen!

Wat is nu de verbinding tussen Leonhardt en dominee Jodocus van Lodenstein?

Dat is de zeventiende-eeuwse muziek. Eergisteren zijn Marion en ik in Leeuwarden naar een indrukwekkend concert geweest waarin door het Nederlands Kamerkoor alle madrigalen uit Israelis Brünnlein van Schein werden uitgevoerd. Indrukwekkend vanwege de selctie van teksten, die met name het Oude Testament tot leven bracht en ondersteund door de schitterende muziek heel direct tot je liet spreken. Die muziek was doordrenkt van kleur en emeotie, rechtstreeks uit Italië, en die Itakliaanse import breikte in diezelfde tijd ook de predikant Van Lodenstein. Het was een bijzondere muzikale aanvulling om gisteravond in boekhandel De Bron in Ede John van Eck, auteur van In het hart gezien, in een boeiend verhaal over zijn boek een gedicht van Lodenstein te horen zingen, zichzelf op clavichord begeleidend: een Frans liefdeschanson in pure zuideljike emotionele stijl omgevormd tot een lied van smart over de verlating door Jezus: Mijns levens Leven/Heeft mij begeven… Dat ’s levend sterven!

Hoe kerkhistorie pure cultuurhistorie is, en ook direct kan gaan over de meest wezenlijke vragen van het geloof!

*

Hieronder het interview van ruim tien jaar geleden:

Gustav Leonhardt en Jos van Veldhoven
BACHS MUZIEK: EEN GEHEIMENIS

`Waarover men niet kan spreken, daarover moet men zwijgen.'  Aan die uitspraak van de filosoof Wittgenstein moet ik een paar keer denken tijdens een gesprek met Gustav Leonhardt over Bach. Nu het Bach-jaar voor ruim driekwart voorbij is blijven er nog altijd een paar grote vragen over. Zoals: we hebben dit jaar nu zoveel Bach gehoord (en dat zal na dit jaar zeker niet ophouden). Maar wat is nu ten diepste datgene wat Bach zo met kop en schouders boven andere componisten doet uitsteken; wat maakt hem uniek? Gustav Leonhardt: "Dat is een geheimenis. Een mysterie." Jos van Veldhoven spreekt hem niet tegen.

Met zulke antwoorden vul je natuurlijk geen interview. We zitten in het prachtige achttiende-eeuwse grachtenpand van Gustav Leonhardt, clavecinist, organist en dirigent. Bach zou zich er thuisgevoeld hebben. Als afsluiting van een serie interviews over Bach leg ik nog een aantal vragen voor aan Leonhardt, en aan Jos van Veldhoven, artistiek leider van de Nederlandse Bachvereniging.

    Een geheimenis. Daar schieten we niet zoveel mee op.
    Leonhardt: "Het is niet anders. Als je naar tijdgenoten van Bach kijkt, dan doen die in veel opzichten precies hetzelfde. In Leipzig was deze zomer een concert met werken van Bach en Scheibe. Die Scheibe komt uit dezelfde school, heeft hetzelfde geleerd. Hooguit kun je zeggen dat de muziek van Bach complexer was, intricater zoals Bach zelf zei. Maar waarom muziek van tijdgenoten saai is en die van Bach nog altijd fascineert, ik zou het ten diepste niet kunnen zeggen." Van Veldhoven: "Van Bach is ook alles subliem, dat is ook zo'n wonder, met Bach ben je nooit klaar." Leonhardt: "Bij Mozart is het eigenlijk omgekeerd, die muziek is zo simpel, eigenlijk gewoon nooit interessant, je snapt gewoon niet hoe zoiets eenvoudigs zo geniaal kan zijn."
    En wat je niet snapt, daar kun je dus maar beter je mond over houden.

Symboliek
Hetzelfde geldt voor Gustav Leonhardt in zekere zin als het gaat om allerlei kwesties rond symboliek in Bachs muziek. Allerlei getallenverhoudingen zouden van alles betekenen. "Het kan waar zijn, het kan niet waar zijn. Er is geen enkele rechtstreekse aanwijzing dat Bach zich met zulke dingen bezig hield, hij heeft zich er nooit over uitgelaten. We weten het gewoon niet."
    Ook biografen bezondigen zich nogal eens aan het opdissen van verhalen die meer op fantasie dan op feiten berusten. "Het nieuwe boek van Christoph Wolff is uitstekend, en ook dat Van Martin Geck; maar zelfs die gaat toch soms speculeren. Er is zoveel dat best zus of zo geweest kan zijn, maar we weten het eenvoudig niet." En kwesties over of werken wel echt van Bach zijn? Een van Bachs meest bekende werken, Preludium en Fuga in D mineur BWV 565, staat tegenwoordig zelfs ter discussie. "Opnieuw: niemand die het weet. De bron is inderdaad twijfelachtig, en er zit misschien wat minder structuur in dan meestal bij Bach. Maar een enthousiast jeugdwerk, waarom niet? En ik zou eerlijk gezegd toch ook niemand anders weten die dit geschreven zou kunnen hebben."

Toekomst
Zelfs als we het gaan hebben over de tweede kwestie: de toekomst van het uitvoeren van Bach, komt onze onwetendheid als het om Bach gaat om de hoek.
    De vraag is, als we terugkijken op de laatste halve eeuw Bach-uitvoeringen, welke wegen er nog open liggen. Dé grote, gezichtsbepalende beweging in de oudere muziek is de laatste veertig jaar de zogenaamde `authentieke' uitvoeringspraktijk geweest. Een term waar veel op af te dingen valt. Maar het is toch ontegenzeglijk zo geweest dat de achter ons liggende jaren een feest van wat de Duitser noemen `Entdeckersfreude' waren. Het herontdekken van de instrumenten zoals Bach ze zelf gekend heeft. Het afstappen van de grote, zwaar vibrerende zangstemmen, en van de enorme massakoren. Nieuwe inzichten betreffende de manier van spelen en zingen, frasering, ritmiek, stemming. Bijna elk concert werd er weer iets nieuws ontdekt, Bachs muziek (en die van anderen) werd als het ware heroverd op de geschiedenis.
    Leonhardt: "In zekere zin is dat waar. Die vreugde van het nieuwe, die hebben we nu niet meer zo als toen, in het begin. Maar laten we dat niet romantiseren. Er ging toen ook zoveel mis, wat klonken de violen soms genadeloos scherp, wat vlogen de hobo's en trompetten uit de bocht. Het is toch heerlijk dat we dat nu allemaal zoveel beter kunnen. Maar bovendien: juist nu we zoveel meer weten en kunnen, juist nu komen we er achter hoe veel we nog niet weten. Bij veel dingen denken we nog steeds: als we wisten hoe het moest zouden we het doen, maar we weten het niet. De grote lijnen, ja, dat weten we nu wel. Maar juist dan kom je bij de details, over stemmingen, fraseringen, ritmiek. In dat opzicht zijn al die boeken over Bach van groot belang. Wat filosoferen over Bachs levensweg, ach, dat is aardig, maar al die gegevens over de omstandigheden waaronder Bach werkte, over bezettingen, toonhoogte, noem maar op. Daar hebben we onze handen nog vol aan."
    Van Veldhoven: "Ik zeg de laatste tijd vaak: we gaan nu van authentiek naar intuïtief muziek maken toe. We weten nu na zoveel jaren in heel veel opzichten wel hoe het moet, hoe het geklonken heeft. We kennen als het ware de regels. Maar dan moet het spel nog wel gespeeld worden. En daar komt de intuïtie aan de beurt: op basis van die grondige kennis van hoe het moet gaat de echte musicus op zijn gevoel af. Dan ontstaat er een persoonlijke stijl, verschillen tussen dirigenten en ensembles - die er natuurlijk altijd al zijn geweest. Prima! In de tijd van Bach had je ook grote verschillen, ook van plaats tot plaats. De omstandigheden verschilden, en dat had hoe dan ook gevolgen voor hoe de muziek klonk." Leonhardt: "In een dorpskerk ergens midden in Duitsland heeft de kerkmuziek misschien wel heel ruw en ongepolijst geklonken, heel direkt ook, terwijl het voor de hand ligt dat het aan het hof in Dresden uiterst verfijnd was allemaal. Daar had men tijd en geld om er aan te schaven en een hoog niveau te bereiken."

Bach in Leipzig
Hoe was dat bij Bach zelf? Leonhardt: "O, als Bach de Nederlandse Bachvereniging had gehad! Nu was het echt behelpen en zal het vaak niet best geklonken hebben." Van Veldhoven: "Dat ben ik niet met je eens. Zou Bach het geaccepteerd hebben als hij elke week zulke grootse muziek schreef dat er keer op keer niets van terecht kwam?" Leonhardt: "Maar ze hadden nauwelijks tijd om te repeteren, één repetitie soms maar. En de musici werden uit alle hoeken en gaten bij elkaar gesleept. Studenten van de universiteit deden mee, die zullen best hebben kunnen spelen, maar absolute top was het natuurlijk niet." Van Veldhoven: "Maar die jongens van het koor kregen wel dag in dag uit, week in week uit, les van Bach. Je zult altijd Bach maar om je heen gehad hebben, telkens weer die muziek gehoord en uitgevoerd hebben. Al die ervaring, van klein jochie af. Bach nam trouwens ook audities af, en als het niet deugde kwam men er niet in bij hem."

Bachjaar
Of Bach jaloers geweest zou zijn op de Bachvereniging zullen we wel nooit weten. Zeker is, dat het Bachjaar veel fraais heeft opgeleverd. Jos van Veldhoven: "We hebben een prachtige serie concerten gegeven in kerken in het hele land, waarbij we vocale werken hebben gecombineerd met orgelwerken op orgels uit Bachs tijd. Dat werkte fantastisch, en het publiek was ook zeer enthousiast. Zo zelfs, dat we er op een aantal plaatsen een vervolg aan geven. Het lijkt ook, alsof dat hele specifieke orgelpubliek ineens gecombineerd werd met het publiek dat we in concertzalen bij onze concerten aantreffen."
    Leonhardt: "Zo'n Bachjaar brengt toch wel dingen teweeg. In Leipzig heb ik met verbazing staan kijken naar die bussen vol met mensen die op het Bachjaar afkwamen, met dan zo'n gids met een paraplu ervoor. Ik moest voor het Bachconcours en later nog voor het Bachfeest een hele tijd, veel te lang, in Leipzig zijn, en het is eigenlijk een vreselijk gezicht, al die mensen op gymschoenen die door die stad sjouwen en uitgemolken worden door de souvenirindustrie: Bachshirts, Bachparaplu's, een foeilelijke shop pal voor de Thomas-kerk. Maar ze zullen dan toch ook Bachs muziek horen, misschien wel voor het eerst. Dan is het misschien toch de moeite waard."
    Bij dat alles speelt Nederland een stevige rol. Waarom is Nederland eigenlijk zo'n Bachland? Van Veldhoven: "Moeilijk te zeggen. Vast niet omdat er een verre achterneef van Bach in Rotterdam heeft gewoond, of omdat in Bachs Quodlibet het eiland Texel voorkomt, zoals sommigen willen doen geloven. Wel is er in Nederland altijd een zeer actief muziekleven geweest, waar ook amateurs breed aan deelnamen. Dat lijkt trouwens wel wat af te brokkelen. Van de vijftien eerstejaars studenten zang aan het conservatorium waar ik lesgeef was er dit jaar maar één die ooit in een oratorium of cantate van Bach had meegezongen. De kaalslag in het basisonderwijs wat muziek betreft is ook weinig moedgevend."
    Terwijl er toch nog meer dan genoeg te doen valt in de komende jaren. Gustav Leonhardt: "Er is nog zoveel schitterende muziek die weinig mensen kennen. Ik ben dit jaar vanzelfsprekend overstelpt met verzoeken om Bach te spelen. Bij alle aanvragen uit de hele wereld heb ik telkens als voorwaarde gesteld, dat ik niet alleen Bach zou spelen. Ik heb hem telkens gecombineerd met een of meer tijdgenoten of voorgangers." Van Veldhoven: "Er is werkelijk ontzaglijk veel. In november gaan we een aantal concerten rond Matthias Weckmann doen, een zeventiende-eeuwse Duitse componist. Magnifieke, aangrijpende muziek. Maar Bach zelf is eigenlijk ook nog zo onbekend. Het overgrote deel van de mensen die elk jaar de Matthäus bezoeken heeft 95% van Bachs vocale muziek nog nooit gehoord. Dat verandert dit jaar met al die CD's wel wat, maar wat een ontdekkingsreis is er voor zo heel veel mensen nog te maken."
    Gustav Leonhardt en Jos van Veldhoven zullen die reis graag organiseren. Een ontdekkingsreis door een geheimenis.