dinsdag 31 januari 2012

Licht

Hare majesteit viert vandaag haar verjaardag en mag zich weer een golf van gissingen laten weggevallen of ze vandaag haar aftreden aankondigt. Ik ga ervan uit dat ze als ze zover is in de dagen daarvoor eerst nog een of andere benoeming doet die de media dan kunnen interpreteren als een signaal dat haar abdicatie aanstaande is. Anders is het ook zo sneu voor de royalty watchers. Ik hou het er maar op dat de vraag rond majesteits aftreden een mooie voorafschaduwing is van het moment van de wederkomst van de Heer: van die dag en dat uur weet niemand. En verder sta ik vooral stil bij de verjaardag van mijn jongste broertje. Ook al weer 53!
    De uitnodiging om die verjaardag te komen vieren in Dover kon hij helaas niet aannemen. We hadden nog best ruimte in het East Cottage van de South Foreland-vuurtoren. Wat een uniek plekje om een lang weekeinde door te brengen. Onbegrijpelijk dat zo’n onderkomen niet al jaren vantevoren gereserveerd is. Als u het niet verder vertelt geef ik u de link.
    De eredienst vierden we zondag in de kathedraal van Canterbury. Het was Candlemass, de herdenking van de presentatie van Jezus in de tempel, die in de dienst gepaard ging met een processie van het koor naar het schip met kaarsjes in de hand. We gedachten hoe het Licht der Wereld voor het eerst naar de mensen toekwam. De bisschop van Harare preekte en legde uit hoe het feest een bijzondere combinatie vormt van vrede en strijd: Simeon die in vrede kan heengaan nu hij de Heer heeft gezien, en Maria die een zwaard door haar ziel krijgt aangezegd. Dat zwaard ervaren de gelovigen in Zimbabwe op dit moment sterk. Ik had daar helemaal niet van gehoord, maar er worden in Zimbabwe kerken gesloten en christenen vervolgd. De bisschop gaf een indrukwekkend getuigenis van kracht in zwakheid.
    Terug op de White Cliffs of Dover werden we keer op keer stil van het licht, dat tussen de wolken door over de zee werd gestrooid. Beelden die je met je meedraagt het werk weer in.
    Vandaag overigens rustig kunnen werken: ik ben geen rayonhoofd.

vrijdag 20 januari 2012

Leonhardt en Van Lodensteyn

Veel mooie in-memoriams over clavecinist (dat is hij toch vooral geweest) Gustav Leonhardt deze week. Streng, sober, dat is het overheersende beeld, met hier en daar nuances, zoals dat hij van snelle auto’s hield. Dat hij geen uitbundig mens was is waar. Ik heb hem ooit in zijn huis Bartolotti in Amsterdam mogen interviewen (ik zal kijken of ik het interview, uit 2000, nog kan vinden, dan plak ik het onder deze blogpost) en dan zat je echt niet te schateren in die hoge kamers. Hij schreef een uitverkocht boek over dat huis, en ook een boek over oude Amsterdamse huizen en hoe ze bij restauraties behandeld zijn.
Toch was er bij Leonhardt ook een passie en een vuur waar te nemen dat diepe indruk kon maken. Ik herinner me een concert in Vredenburg (waar hij eerst niet wilde spelen, in zo’n blok beton). Hij speelde Franse barok en ik zal het beeld niet vergeten van hoe hij een paar keer het broze clavecimbel bijna als een tijger besprong.
Ook is me altijd bijgebleven, en ik heb het vaak aangehaald, hoe hij in een interview een keer de vloer aanveegde met de gedachte dat wij Bach nu veel mooier kunnen spelen dan hijzelf het ooit gehoord heeft, met die jochies van de Thomasschool waar hij altijd op mopperde en die een cantate in enkele dagen moesten instuderen van velletjes papier waarop de inkt nog nat was. Kijk gewoon eens naar een wandtapijt zoals dat hier hangt, zei Leonhardt. Zo volstrekt verfijnd! Denk maar niet dat mensen in de tijd van Bach zeiden: och, daar mogen best wat steekjes loszitten. Dat zou Bach met zijn muziek ook echt niet geaccepteerd hebben. Bovendien waren die jongens op Bachs school zo compleet vertrouwd met zijn muziek en muziek in het algemeen, die lazen de noten van Bachs cantates makkelijker dan onze jeugd een stripboek (dit laatste zijn mijn eigen woorden trouwens). Overigens ontkracht Leonhardt in zijn interview uit 2000 dit verhaal zelf weer (zie hieronder, ik heb het gevonden), en moet Jos van Veldhoven het voor de kwaltieit van Bachs eigen uitvoeringen opnemen!

Wat is nu de verbinding tussen Leonhardt en dominee Jodocus van Lodenstein?

Dat is de zeventiende-eeuwse muziek. Eergisteren zijn Marion en ik in Leeuwarden naar een indrukwekkend concert geweest waarin door het Nederlands Kamerkoor alle madrigalen uit Israelis Brünnlein van Schein werden uitgevoerd. Indrukwekkend vanwege de selctie van teksten, die met name het Oude Testament tot leven bracht en ondersteund door de schitterende muziek heel direct tot je liet spreken. Die muziek was doordrenkt van kleur en emeotie, rechtstreeks uit Italië, en die Itakliaanse import breikte in diezelfde tijd ook de predikant Van Lodenstein. Het was een bijzondere muzikale aanvulling om gisteravond in boekhandel De Bron in Ede John van Eck, auteur van In het hart gezien, in een boeiend verhaal over zijn boek een gedicht van Lodenstein te horen zingen, zichzelf op clavichord begeleidend: een Frans liefdeschanson in pure zuideljike emotionele stijl omgevormd tot een lied van smart over de verlating door Jezus: Mijns levens Leven/Heeft mij begeven… Dat ’s levend sterven!

Hoe kerkhistorie pure cultuurhistorie is, en ook direct kan gaan over de meest wezenlijke vragen van het geloof!

*

Hieronder het interview van ruim tien jaar geleden:

Gustav Leonhardt en Jos van Veldhoven
BACHS MUZIEK: EEN GEHEIMENIS

`Waarover men niet kan spreken, daarover moet men zwijgen.'  Aan die uitspraak van de filosoof Wittgenstein moet ik een paar keer denken tijdens een gesprek met Gustav Leonhardt over Bach. Nu het Bach-jaar voor ruim driekwart voorbij is blijven er nog altijd een paar grote vragen over. Zoals: we hebben dit jaar nu zoveel Bach gehoord (en dat zal na dit jaar zeker niet ophouden). Maar wat is nu ten diepste datgene wat Bach zo met kop en schouders boven andere componisten doet uitsteken; wat maakt hem uniek? Gustav Leonhardt: "Dat is een geheimenis. Een mysterie." Jos van Veldhoven spreekt hem niet tegen.

Met zulke antwoorden vul je natuurlijk geen interview. We zitten in het prachtige achttiende-eeuwse grachtenpand van Gustav Leonhardt, clavecinist, organist en dirigent. Bach zou zich er thuisgevoeld hebben. Als afsluiting van een serie interviews over Bach leg ik nog een aantal vragen voor aan Leonhardt, en aan Jos van Veldhoven, artistiek leider van de Nederlandse Bachvereniging.

    Een geheimenis. Daar schieten we niet zoveel mee op.
    Leonhardt: "Het is niet anders. Als je naar tijdgenoten van Bach kijkt, dan doen die in veel opzichten precies hetzelfde. In Leipzig was deze zomer een concert met werken van Bach en Scheibe. Die Scheibe komt uit dezelfde school, heeft hetzelfde geleerd. Hooguit kun je zeggen dat de muziek van Bach complexer was, intricater zoals Bach zelf zei. Maar waarom muziek van tijdgenoten saai is en die van Bach nog altijd fascineert, ik zou het ten diepste niet kunnen zeggen." Van Veldhoven: "Van Bach is ook alles subliem, dat is ook zo'n wonder, met Bach ben je nooit klaar." Leonhardt: "Bij Mozart is het eigenlijk omgekeerd, die muziek is zo simpel, eigenlijk gewoon nooit interessant, je snapt gewoon niet hoe zoiets eenvoudigs zo geniaal kan zijn."
    En wat je niet snapt, daar kun je dus maar beter je mond over houden.

Symboliek
Hetzelfde geldt voor Gustav Leonhardt in zekere zin als het gaat om allerlei kwesties rond symboliek in Bachs muziek. Allerlei getallenverhoudingen zouden van alles betekenen. "Het kan waar zijn, het kan niet waar zijn. Er is geen enkele rechtstreekse aanwijzing dat Bach zich met zulke dingen bezig hield, hij heeft zich er nooit over uitgelaten. We weten het gewoon niet."
    Ook biografen bezondigen zich nogal eens aan het opdissen van verhalen die meer op fantasie dan op feiten berusten. "Het nieuwe boek van Christoph Wolff is uitstekend, en ook dat Van Martin Geck; maar zelfs die gaat toch soms speculeren. Er is zoveel dat best zus of zo geweest kan zijn, maar we weten het eenvoudig niet." En kwesties over of werken wel echt van Bach zijn? Een van Bachs meest bekende werken, Preludium en Fuga in D mineur BWV 565, staat tegenwoordig zelfs ter discussie. "Opnieuw: niemand die het weet. De bron is inderdaad twijfelachtig, en er zit misschien wat minder structuur in dan meestal bij Bach. Maar een enthousiast jeugdwerk, waarom niet? En ik zou eerlijk gezegd toch ook niemand anders weten die dit geschreven zou kunnen hebben."

Toekomst
Zelfs als we het gaan hebben over de tweede kwestie: de toekomst van het uitvoeren van Bach, komt onze onwetendheid als het om Bach gaat om de hoek.
    De vraag is, als we terugkijken op de laatste halve eeuw Bach-uitvoeringen, welke wegen er nog open liggen. Dé grote, gezichtsbepalende beweging in de oudere muziek is de laatste veertig jaar de zogenaamde `authentieke' uitvoeringspraktijk geweest. Een term waar veel op af te dingen valt. Maar het is toch ontegenzeglijk zo geweest dat de achter ons liggende jaren een feest van wat de Duitser noemen `Entdeckersfreude' waren. Het herontdekken van de instrumenten zoals Bach ze zelf gekend heeft. Het afstappen van de grote, zwaar vibrerende zangstemmen, en van de enorme massakoren. Nieuwe inzichten betreffende de manier van spelen en zingen, frasering, ritmiek, stemming. Bijna elk concert werd er weer iets nieuws ontdekt, Bachs muziek (en die van anderen) werd als het ware heroverd op de geschiedenis.
    Leonhardt: "In zekere zin is dat waar. Die vreugde van het nieuwe, die hebben we nu niet meer zo als toen, in het begin. Maar laten we dat niet romantiseren. Er ging toen ook zoveel mis, wat klonken de violen soms genadeloos scherp, wat vlogen de hobo's en trompetten uit de bocht. Het is toch heerlijk dat we dat nu allemaal zoveel beter kunnen. Maar bovendien: juist nu we zoveel meer weten en kunnen, juist nu komen we er achter hoe veel we nog niet weten. Bij veel dingen denken we nog steeds: als we wisten hoe het moest zouden we het doen, maar we weten het niet. De grote lijnen, ja, dat weten we nu wel. Maar juist dan kom je bij de details, over stemmingen, fraseringen, ritmiek. In dat opzicht zijn al die boeken over Bach van groot belang. Wat filosoferen over Bachs levensweg, ach, dat is aardig, maar al die gegevens over de omstandigheden waaronder Bach werkte, over bezettingen, toonhoogte, noem maar op. Daar hebben we onze handen nog vol aan."
    Van Veldhoven: "Ik zeg de laatste tijd vaak: we gaan nu van authentiek naar intuïtief muziek maken toe. We weten nu na zoveel jaren in heel veel opzichten wel hoe het moet, hoe het geklonken heeft. We kennen als het ware de regels. Maar dan moet het spel nog wel gespeeld worden. En daar komt de intuïtie aan de beurt: op basis van die grondige kennis van hoe het moet gaat de echte musicus op zijn gevoel af. Dan ontstaat er een persoonlijke stijl, verschillen tussen dirigenten en ensembles - die er natuurlijk altijd al zijn geweest. Prima! In de tijd van Bach had je ook grote verschillen, ook van plaats tot plaats. De omstandigheden verschilden, en dat had hoe dan ook gevolgen voor hoe de muziek klonk." Leonhardt: "In een dorpskerk ergens midden in Duitsland heeft de kerkmuziek misschien wel heel ruw en ongepolijst geklonken, heel direkt ook, terwijl het voor de hand ligt dat het aan het hof in Dresden uiterst verfijnd was allemaal. Daar had men tijd en geld om er aan te schaven en een hoog niveau te bereiken."

Bach in Leipzig
Hoe was dat bij Bach zelf? Leonhardt: "O, als Bach de Nederlandse Bachvereniging had gehad! Nu was het echt behelpen en zal het vaak niet best geklonken hebben." Van Veldhoven: "Dat ben ik niet met je eens. Zou Bach het geaccepteerd hebben als hij elke week zulke grootse muziek schreef dat er keer op keer niets van terecht kwam?" Leonhardt: "Maar ze hadden nauwelijks tijd om te repeteren, één repetitie soms maar. En de musici werden uit alle hoeken en gaten bij elkaar gesleept. Studenten van de universiteit deden mee, die zullen best hebben kunnen spelen, maar absolute top was het natuurlijk niet." Van Veldhoven: "Maar die jongens van het koor kregen wel dag in dag uit, week in week uit, les van Bach. Je zult altijd Bach maar om je heen gehad hebben, telkens weer die muziek gehoord en uitgevoerd hebben. Al die ervaring, van klein jochie af. Bach nam trouwens ook audities af, en als het niet deugde kwam men er niet in bij hem."

Bachjaar
Of Bach jaloers geweest zou zijn op de Bachvereniging zullen we wel nooit weten. Zeker is, dat het Bachjaar veel fraais heeft opgeleverd. Jos van Veldhoven: "We hebben een prachtige serie concerten gegeven in kerken in het hele land, waarbij we vocale werken hebben gecombineerd met orgelwerken op orgels uit Bachs tijd. Dat werkte fantastisch, en het publiek was ook zeer enthousiast. Zo zelfs, dat we er op een aantal plaatsen een vervolg aan geven. Het lijkt ook, alsof dat hele specifieke orgelpubliek ineens gecombineerd werd met het publiek dat we in concertzalen bij onze concerten aantreffen."
    Leonhardt: "Zo'n Bachjaar brengt toch wel dingen teweeg. In Leipzig heb ik met verbazing staan kijken naar die bussen vol met mensen die op het Bachjaar afkwamen, met dan zo'n gids met een paraplu ervoor. Ik moest voor het Bachconcours en later nog voor het Bachfeest een hele tijd, veel te lang, in Leipzig zijn, en het is eigenlijk een vreselijk gezicht, al die mensen op gymschoenen die door die stad sjouwen en uitgemolken worden door de souvenirindustrie: Bachshirts, Bachparaplu's, een foeilelijke shop pal voor de Thomas-kerk. Maar ze zullen dan toch ook Bachs muziek horen, misschien wel voor het eerst. Dan is het misschien toch de moeite waard."
    Bij dat alles speelt Nederland een stevige rol. Waarom is Nederland eigenlijk zo'n Bachland? Van Veldhoven: "Moeilijk te zeggen. Vast niet omdat er een verre achterneef van Bach in Rotterdam heeft gewoond, of omdat in Bachs Quodlibet het eiland Texel voorkomt, zoals sommigen willen doen geloven. Wel is er in Nederland altijd een zeer actief muziekleven geweest, waar ook amateurs breed aan deelnamen. Dat lijkt trouwens wel wat af te brokkelen. Van de vijftien eerstejaars studenten zang aan het conservatorium waar ik lesgeef was er dit jaar maar één die ooit in een oratorium of cantate van Bach had meegezongen. De kaalslag in het basisonderwijs wat muziek betreft is ook weinig moedgevend."
    Terwijl er toch nog meer dan genoeg te doen valt in de komende jaren. Gustav Leonhardt: "Er is nog zoveel schitterende muziek die weinig mensen kennen. Ik ben dit jaar vanzelfsprekend overstelpt met verzoeken om Bach te spelen. Bij alle aanvragen uit de hele wereld heb ik telkens als voorwaarde gesteld, dat ik niet alleen Bach zou spelen. Ik heb hem telkens gecombineerd met een of meer tijdgenoten of voorgangers." Van Veldhoven: "Er is werkelijk ontzaglijk veel. In november gaan we een aantal concerten rond Matthias Weckmann doen, een zeventiende-eeuwse Duitse componist. Magnifieke, aangrijpende muziek. Maar Bach zelf is eigenlijk ook nog zo onbekend. Het overgrote deel van de mensen die elk jaar de Matthäus bezoeken heeft 95% van Bachs vocale muziek nog nooit gehoord. Dat verandert dit jaar met al die CD's wel wat, maar wat een ontdekkingsreis is er voor zo heel veel mensen nog te maken."
    Gustav Leonhardt en Jos van Veldhoven zullen die reis graag organiseren. Een ontdekkingsreis door een geheimenis.