donderdag 23 februari 2012

Verkouden in lijdenstijd

Vandaag voor de vierde achtereenvolgende dag thuis wegens een hoofd vol koortsige verkoudheid. Ik kan me niet heugen dat me dat in mijn werkzame leven van inmiddels toch meer dan dertig jaar eerder is overkomen, en dan mag een mens zich toch wel gezegend noemen! Tegelijk is zoiets dan ook wel wennen. Je snapt nu wat mensen bedoelen als ze zeggen dat ze een jas hebben uitgetrokken en dergelijke uitdrukkingen, na een flinke griep. En dan heb ik op z'n hoogst een dun hemmetje uitgedaan.
Vannacht geprobeerd om, in de geest van Ann Voskamps One thousand gifts, te danken voor Gods goede gaven, maar het spookte allemaal teveel. Totdat ik de woorden vond van een van de mooiste recitatieven van Bach, uit cantate 127:
Wenn meine Zunge nichts, als nur durch Seufzer spricht
und dieses Herze bricht:
Genug, dass da der Glaube weiss,
Dass Jesus bei mir steht
Der mit Geduld zu seinem Leiden geht
Und diesen schweren Weg auch mich geleitet
Und mir die Ruhe zubereitet.
Over dat geduld waarmee Jezus zijn lijden tegemoet gaat zou natuurlijk nog te twisten zijn, als we aan Gethsemane denken, maar de gedachte dat hij ons op onze weg geleidt en dat hij die weg zelf gegaan is bemoedigde wel.
En, ik herhaal het nog maar even: dan heb ik het nog maar over een verkoudheid! (Die je vervolgens natuurlijk best in de weg kan zitten.)
Die cantate, althans het openingskoor gevolgd door het genoemde recitatief, geef ik graag mee aan het begin van de lijdenstijd. Dat openingskoor staat helemaal in het teken van de eerste regel van het koraal dat in de cantate centraal staat: Herr, Jesu Christ, wahr Mensch und Gott. De melodie van die eerste regel hoor je voortdurend links en rechts, onder en boven klinken. En in de begeleiding speelt het orkest er dan nog de melodie van het koraal Christe, du Lamm Gottes doorheen. Waar mens en waarlijk God en tegelijk lam dat geofferd wordt - het wordt in de woorden die de tenor direct na het openingskoor zingt verbonden met ons eigen leven als we het zwaar hebben: als mijn tong alleen nog maar kan zuchten en mijn hart breekt, dan is het mij genoeg te weten dat Jezus mij bijstaat, Die met geduld zijn lijden tegemoet gaat, en ook mij op deze zware weg geleidt, en voor mij de rust toebereidt. Op het woord Ruhe is er dan ineens weer een ontroerend klein ariaatje, pure uitgezongen dankbaarheid.
Het is nog een klein eerbetoon aan de onlangs overleden Gustav Leonhardt dat ik deze muziek graag laat horen. Het is zijn uitvoering die we hier horen.
Ik wens iedereen veel zegen en vreugde en rust, de komende veertig dagen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten