donderdag 5 juli 2012

Noaberpad: paradijsje voor vogelliefhebbers



Jongens, jongens, het is al weer drie weken geleden dat we terug kwamen van onze wandelvakantie door het gebied dat mag gelden als het best bewaarde geheim voor wandelend en vogelminnend Nederland: Oost-Groningen.
De Lange Afstand Wandelroute het Noaberpad begint er, in Nieuweschans, en de route zakt dan langs en steeds ook even over de Duitse grens af door Groningen, Drenthe, Twente en de Achterhoek naar Kleve. Wat een prachtig gebied, en wat een prachttijd om er doorheen te wandelen: eind mei/begin juni.
En wat een vogels!
In drie dagen tijd hadden we al meer dan tachtig verschillende soorten gehoord of gezien, heel wat gewoon op of vanaf ons boerencampinkje. Kwikstaarten in verschillende kleuren bij duizenden, overal en voortdurend geelgorzen, koekoeken, zwartkoppen, tuinfluiters, braamsluipers (die we gek genoeg hoe lager we kwamen steeds minder of geheel niet meer hoorden), grasmussen, teveel om op te noemen.
Overigens hebben we wel even gesmokkeld, door een dagje Dollard er tussen te voegen. In de hoop grauwe kiekendieven te zullen zien vliegen, wat niet gebeurde (wel een blauwe). Maar natuurlijk wel veel watervogels, en ook prachtige rietvogeltjes, zoals de blauwborsten die als mussen om ons heen dwarrelden op het paadje door het riet naar het kijkscherm op Punt van de Reide.
Die grauwe kiek kwam overigens later, en wel gewoon in Bellingwolde, waar we kampeerden. Gespot door Marion vanuit de bus, en zeker gesteld door na het eten nog even naar het betreffende veldje te fietsen – waar hij prachtig opvloog en verdween in de richting van… onze camping. Later tijdens de wandelroute kregen we er als bonus nog een te zien, een juveniele, in het Bargerveen.
Het mooie van LAW’s is dat ze waar mogelijk door natuurgebieden voeren, en als het ook maar even kan niet over asfalt of op plekken waar auto’s de rust verstoren. Dat lukt vooral in het Oost-Groningse wonderwel. We liepen soms twintig kilometer met hooguit 500 meter over wegen, en dan nog vaak hele kleine weggetjes. Heerlijk om aan de rand van een weitje met zuring en klaver tijdens je boterhammetje ineens het kwikpedit van de kwartel te horen. Om de oeverzwaluwtjes hun insecten van het wateroppervlak te zien pikken, een oeverloper te zien wippen, in een stukje bos een fluiter te horen stuiteren, over de hei te wandelen en boompieper en boomleeuwerik te horen zingen. Een wegschietende valk konden we net niet meer zeker tot boomvalk verklaren, maar die kwam later in het Buurserveen nog fraai jagend langs, en daarmee hadden we alle vijf boomvogels (dus ook boomklever en boomkruiper, die laatste overigens maar weinig) te pakken.
Een van de hoogtepunten was een paar uur Bargerveen, waar het Noaberpad ook dwars doorheen gaat, maar waar wij een rondwandeling deden. Daar zwom nota bene op een plasje ineens statig een wilde zwaan! Ook zagen we er verschillende grauwe klauwieren op jacht, en prachtige gekraagde roodstaarten. Het Zwillbrocker Venn, ook aan het Noaberpad, leverde flamingo’s op, maar daar scharrelde ook een heilige ibis rond. We zijn geen puristen, dus ook die telt bij ons mee. Een laatste hoogtepunt aan de route was de Bekendelle, een schitterend bos met een beek erdoor. Hier voelen grote gele kwikstaart en ijsvogel zich thuis, zei de routegids. Logisch, gezien de hoge zandwallen en de kleine strandjes. Maar dat we bij het betreden van het gebied het fotograferen van de watermolen meteen moesten afbreken voor een landende grote gele, en het bewonderen dáárvan weer voor het zien wegschieten van een flitsend ijsvogeltje – dat ervoeren we toch wel als een moment van humor van de Schepper.

We zijn dus geheel en al ingepakt door het LAW-wandelen. De gids voor het trekvogelpad (LAW 2) hebben we maar vast gekocht. En toen bleek dat die route zo ongeveer door de Doornse achtertuin van mijn oudste zus loopt, en dan na twintig kilometer ook nog eens door Elst, waar mijn moeder woont, toen was de laatste etappe van onze vakantie en de eerste kennismaking met dit nieuwe LAW wel erg voordehandliggend.Goed voor nog wat uilen (ransuil en bosuil) en als uitsmijter in de Amerongse Bovenpolder een kwartelkoning.



En welk boek moest er deze keer aan geloven? Een van de meegenomen leesboeken krijgt elke vakantie de eer om naast leesboek ook vogelnotitieboek te worden. Deze vakantie was het Pieter Boths boekje Dag zeggen. Iemand die het hoorde zei: bijzonder dat een boekje over afscheid nemen de bruisende variatie van de natuur in zich mag opnemen. Alle 121 soorten die we tegenkwamen staan erin. Nét één minder dan tijdens onze kustvakantie van 2005 naar Noord-Frankrijk. Die hebben we, als ik me niet heel sterk vergis, genoteerd in A Life of Jesus van Shushaku Endo. Maar ik kan het niet nakijken want dat boek heb ik volgens mij aan iemand uitgeleend – maar aan wie? Aan u, lezer? Dan hou ik me aanbevolen voor teruggave!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten