donderdag 16 augustus 2012

Groningse Dronrijper

En zo komen de praatjes in de wereld, zeiden we dan altijd bij ons thuis. In mijn vorige blog voer ik Ferenc Postma op als geboren Dronrijper, maar dat is hij niet. Hij kwam in 1951 met zijn ouders in Dronrijp wonen omdat zijn vader gemeente-ontvanger werd van Menaldumadeel. Maar geboren werd Postma in Groningen.
De 1200 boeken in de Postma-Gosker-Bibliotheek zijn trouwens 1200 titels, het aantal boeken is dus nog wel wat groter. Dat Postma nog niet klaar is met Franeker en zijn Universiteitsbibliotheek zal bij leven en welzijn over een aantal jaren blijken. Het supplement op zijn eerder met Jacob van Sluis gepubliceerde overzicht van academisch drukwerk uit Franeker (Auditorium Academiae Franekerensis) telt al weer enkele honderden nummers...

Franeker in Amsterdam

De Franeker-collectie, een mooi begrip. Elke combinatie tussen onze goede stad Franeker en mooie al of niet oude boeken is mij lief.
De Franeker-collectie zal echter door het leven gaan als de Postma-Gosker-bibliotheek, en dat mag natuurlijk ook wel. Ferenc Postma en Margriet Gosker hebben de boeken in de loop van vele jaren bijeengebracht en zij schonken ze aan de bibliotheek van de VU in Amsterdam.
Maar Franeker loopt er wel als een rode draad doorheen, door deze collectie. Postma vatte als geboren Dronrijper (ook de geboorteplaats van de in Franeker niet onbekende Eise Eisinga) en als een man met Hongaarse wortels in het bijzonder belangstelling op voor de rol van Hongaarse studenten aan de Franeker universiteit. In Franeker gedrukte boeken vormen de parels van deze collectie, zoals een Latijnse vertaling van de Hebreeuwse Psalmen door Johannes Coccejus. “Op verzoek van enige Hongaarse studenten” vervaardigd!
De circa 1200 boeken zijn nu dus aan de VU te raadplegen.

vrijdag 10 augustus 2012

Reclamebelasting

Ook in Franeker staat de vernieuwing nooit stil.
Zo hebben we al weer een tijdje elektronische borden bij de invalswegen staan, waar evenementen op worden aangekondigd.
En we hebben sinds vorig jaar een activiteitenbelasting die alle bedrijven in de binnenstad moeten betalen. 400 euro per jaar geloof ik, maar het kan ook 600 zijn. Voor winkels die het helemaal van winkelend publiek moeten hebben, maar ook voor een klein postzegelwinkeltje voor liefhebbers ergens achteraf, of voor een buro dat cursussen organiseert via internet, of voor een landelijk opererende gespecialiseerde verzendboekhandel: als je een vanaf de openbare weg leesbaar naambordje hebt, dan betaal je mee.
Nou ja, als je dan ook maar ergens aan meebetaalt, dan heb je nog iets voor je geld.
Maar in hartje toeristenseizoen vermeldt het mooie elektronische reclamebord op dit moment precies één activiteit: het Fuel Power Event in het dorp Tzum rond 1 september. Gezelligheid, spanning en sensatie met trucks en tractoren voor jong en oud. Vermoedelijk niet gesubsidieerd uit de reclamebelasting. Wat zou er dan wel uit die reclamebelasting betaald worden? Een paar kraampjes bij elkaar geveegd op een zomeravondmarkt onlangs? De kermis met tien of vijftien rondhangende kinderen? Niet heel erg inspirerend allemaal.
Terwijl Franeker zoveel te bieden heeft. Wie op dit moment vanuit Harlingen binnenkomt ziet bij het binnenrijden van de binnenstad het fraaie oude klooster waar in 1585 de Franeker Universiteit werd gevestigd. Begrijpelijk dat vanuit de bevolking de roep klinkt om dat aanzicht zo te laten en er geen gebouwen voor te zetten, zoals nu de bedoeling is. Maar wat als we het gebouw mooi in het zicht laten staan? Dan zal men er ook graag binnen willen kijken. De sfeer proeven van de oude universiteit.
Dat kan. De gang met oude balken, de ruimte waar de snijkamer was, werkplaats voor de medische faculteit. De bibliotheek, arsenaal van alle wetenschap.
En toch kan het niet. Ik weet niet aan hoeveel projectontwikkelaars deze gebouwen in de afgelopen jaren al verkocht zijn. Wel is de omgeving al grondig bedorven door een rijtje zuinige en vooral erg saaie eensgezinswoninkjes te plaatsen, en een rij garageboxen die het zicht op de prachtige binnentuin geheel benemen.
En verder is het allemaal nu in bezit van de Zorggroep Noorderbreedte. Het laatste wat ik heb gehoord is dat die de ruimten in het klooster als cursusruimte willen gebruiken. Nou ja, dan zien tenminste sommige mensen er nog eens iets van. Maar het blijft een tragische wijze van omgaan met cultureel (én toeristisch) erfgoed.
Of het allemaal te laat is? Zou de crisis nog iets kunnen redden? Noorderbreedte zou misschien dezelfde zorg die men in de nieuwbouw wil bieden ook elders kunnen aanbieden (Groot-Lankum?). Dan maken we van de vrijvallende ruimte een mooi park, en het klooster richten we weer in zoals het er tijdens de universiteitsperiode uitzag. Daar willen we als Franekers best reclamebelasting voor betalen!

dinsdag 7 augustus 2012

Schoonheid uit tegenslag

Zo langzamerhand raak ik de klanken van Purcells Dido and Aeneas wat kwijt uit mijn hoofd. In de ochtendstond worden ze verdreven door de melodie waarop John Taverner zijn Western Wind Mass baseerde. Helaas begint de CD in mijn eenvoudige wekker telkens weer van voren af aan, dus binnenkort moet er maar eens een nieuwe in.
Die Purcell bleef lang hangen na een koorweek in Orvelte met afsluitende uitvoering in Oosterhesselen. Wat een heerlijke muziek. Het project van Consort 99, waarin koorzangers en schildercursisten samen een week doorbrengen en aan het eind hun werk presenteren, leverde me mijn eerste operarol op sinds de hoofdrol in de wereldpremière van De rijke bramenplukker van Ruud Waagmeester, in mijn studententijd, gebaseerd op het fraaie sprookje van Godfried Bomans. Deze keer was mijn bijdrage erg bescheiden: de First Seaman in deze opera heeft nog geen halve minuut alleen te zingen voordat het hele koor mee gaat doen.
Maar samen zingen is eigenlijk ook veel mooier. Door omstandigheden kon de zangeres die Dido zong maar beperkt meewerken, terwijl de Aeneas-zanger de dag voor de uitvoering ziek werd. Zo werd het dus een Dido and Aeneas zonder Dido en Aeneas... Een van de noodgrepen was het laten zingen van Dido's aangrijpende klacht aan het eind door alle sopranen samen, en dat werd een prachtig hoogtepunt. Hoe uit tegenslag iets moois kan groeien!