dinsdag 7 augustus 2012

Schoonheid uit tegenslag

Zo langzamerhand raak ik de klanken van Purcells Dido and Aeneas wat kwijt uit mijn hoofd. In de ochtendstond worden ze verdreven door de melodie waarop John Taverner zijn Western Wind Mass baseerde. Helaas begint de CD in mijn eenvoudige wekker telkens weer van voren af aan, dus binnenkort moet er maar eens een nieuwe in.
Die Purcell bleef lang hangen na een koorweek in Orvelte met afsluitende uitvoering in Oosterhesselen. Wat een heerlijke muziek. Het project van Consort 99, waarin koorzangers en schildercursisten samen een week doorbrengen en aan het eind hun werk presenteren, leverde me mijn eerste operarol op sinds de hoofdrol in de wereldpremière van De rijke bramenplukker van Ruud Waagmeester, in mijn studententijd, gebaseerd op het fraaie sprookje van Godfried Bomans. Deze keer was mijn bijdrage erg bescheiden: de First Seaman in deze opera heeft nog geen halve minuut alleen te zingen voordat het hele koor mee gaat doen.
Maar samen zingen is eigenlijk ook veel mooier. Door omstandigheden kon de zangeres die Dido zong maar beperkt meewerken, terwijl de Aeneas-zanger de dag voor de uitvoering ziek werd. Zo werd het dus een Dido and Aeneas zonder Dido en Aeneas... Een van de noodgrepen was het laten zingen van Dido's aangrijpende klacht aan het eind door alle sopranen samen, en dat werd een prachtig hoogtepunt. Hoe uit tegenslag iets moois kan groeien!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten