vrijdag 7 december 2012

Pas op jongens!

Tja, gisteren aangekondigd dat er elke dag dat ik achter mijn computer zit een citaat en iets om dankbaar voor te zijn gaat komen. En het is al weer na twaalven.

Gauw dus maar, hier komen ze voor vrijdag de zevende.

Het citaat komt uit het pas uitgekomen boek Mijn leermeester van C.S. Lewis. Een bloemlezing uit het werk van de door hem zeer bewonderde Macdonald. Aan Macdonalds Unspoken Sermons "heb ik wel zo ongeveer zoveel te danken als een mens aan een ander mens te danken heeft," aldus Lewis.
Mijn citaat gaat over de witte steen die volgens Openbaring 2:17 ieder die overwint zal ontvangen, met een nieuwe naam die niemand kent, behalve degene die hem ontvangt. Macdonald zegt daarover:

"Door het geven van de witte steen met daarop een nieuwe naam wordt aan de mens meegedeeld hoe God over die mens denkt. ... De ware naam is er een die het karakter, de aard, de betekenis van de drager uitdrukt. Deze naam is het eigen symbool van die mens - een plaatje van de ziel - het teken dat bij hem en niemand anders hoort. Wie kan die eigen naam aan een mens geven? God alleen. Want niemand dan God ziet wat hij is." Ik zou wel door willen citeren, maar er moet vandaag nog meer gebeuren!

En ik was vanmorgen dankbaar voor dit tafereeltje: kinderen die van een besneeuwde brug naar beneden stuiven, en een moeder met kind in wandelwagen die roept: rustig aan jongens, voorzichtig! Zo heerlijk van alle tijden! Zo verrukkelijk zinloos, zo'n waarschuwing als ze al halverwege de sneeuwhelling zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten